Koningsdag

Dag Majesteit,

 

Via de redactie kreeg ik de opdracht om onze abonnees te vragen u een brief te schrijven over hun leukste hoogtepunten op Koningsdag. Tegelijkertijd is het de bedoeling dat zij in dezelfde brief een idee naar voren brengen hoe u als koning de wereld kunt verbeteren en/of redden. Daar zijn al enige reacties op gekomen en nu heb ik besloten er een wedstrijd aan te verbinden. Ik vraag u hierbij dan ook om uw medewerking.

 

De reden dat ik u vraag is, dat wij allemaal, en dat geldt helaas ook voor u, in ons kot moeten blijven. U verveelt zich waarschijnlijk ook te pletter en ik kan me voorstellen dat u wel wat tijd overhoudt om de brieven goed door te lezen. Misschien brengt het uzelf ook wel op goede ideeën.   

Uiteraard doe ik zelf niet mee met de brieven aan de Koning. Bovendien zou ik ook niet weten hoe. Ik werk voor dit Nederlands magazine, maar ik woon al enkele jaren in België. Natuurlijk zet ik de TV aan op koningsdag - als ik het niet vergeet tenminste -,  maar men heeft hier heel andere feestdagen, en het is gek, de eerste jaren dat ik in uw buurland woonde hing ik nog heel sterk aan alles wat Nederlands was, maar zo zoetjes aan raak ik hier steeds meer ingeburgerd. Ik hoop dat ik u hiermee niet beledig, want ik draag u nog steeds een warm hart toe.

 

Overigens kan ik me wel herinneren dat ik u laatst met een baard op de TV zag, en dat ik dat een goede zet van u vond. U komt hierdoor een stuk volwassener over. Waar ik voorheen wel eens met gekrulde tenen naar één van uw toespraken of interviews keek, had ik daar nu ineens geen last meer van. Ik zag een wijze man, en het deed me veel plezier om u zo te zien. Het kwam ook heel sexy over.

Maar afijn dat doet nu allemaal niet ter zake. Ik hoop in ieder geval dat u het interessant genoeg vindt om de ingezonden brieven te gaan lezen. Die sturen wij u uiteraard pas toe na uw toestemming. U kunt er dan tegen de afgesproken datum de drie mooiste hoogtepunten en de beste ideeën uithalen en deze terug sturen naar onze redactie.

 

Bij voorbaat dank en vriendelijke groet,

Johanna Harmens, verslaggever van het ‘Nieuwe dagblad’ van de lage landen.

 

 

 

 

‘Oh, kijk mama, daar staat nog een beer. Die vind ik mooi!’

Alicia trekt haar moeder aan haar hand mee naar het raam. De beer wenkt haar, maar alleen Alicia kan dat zien.

‘Nou Alicia, dat is dan wel de laatste voor vandaag hoor, want ik moet nog koken.’

 

Ilse heeft het wel gehad voor vandaag, want het is de derde dag op rij dat ze op berenjacht zijn gegaan. Vanwege het Corona-virus en de crisis die dit heeft veroorzaakt zijn scholen en bedrijven gesloten en werken veel ouders en kinderen thuis via het Internet.  

Om verveling tegen te gaan heeft iemand het idee geopperd om bewoners in het hele land beren voor hun raam te laten zetten. De kinderen gaan eropuit en noteren op een kaartje hoeveel beren ze al hebben gezien. Het liefst in klein gezinsverband, want ook het vormen van groepjes is niet toegestaan.

 

‘Dag beer’ roept Alicia enthousiast terwijl ze dicht bij het raam staat en de beer aankijkt. En terwijl haar moeder op bescheiden afstand op de stoep staat te wachten, begint de beer een liedje te zingen. Als het liedje afgelopen is, vertelt hij haar waarom hij dit steeds weer zingt.

 

‘Dag Alicia’ bromt hij, ‘ik ben familie van Bolke de Beer, die ken jij niet hè?

De mevrouw die mij een paar dagen geleden voor het raam heeft gezet, heeft een dochter die heel graag naar Bolke keek op de televisie. Hij had zijn eigen programma in de jaren 70 van de vorige eeuw. Dat is al een hele poos geleden, vind je niet?’

Alicia knikt en de beer vertelt verder. ‘Dat meisje zat dan in haar pyjama, ik denk dat ze drie jaar was, op de bank te kijken in afwachting van het liedje en verhaaltje dat werd uitgezonden. En telkens als het liedje begon, stak ze haar vingertje in de lucht en dan wiegde ze stralend mee op het ritme van de melodie. Dat is een hele leuke herinnering. En omdat ik familie ben en nu toch voor het raam moet zitten, vind ik het wel leuk om de kinderen van nu ook kennis te laten maken met Bolke. Vertel jij het door?’

 

‘Alice, ga je mee!’ roept haar moeder vanaf de stoep. ‘Het is niet beleefd om zolang voor het raam te blijven staan, nieuwsgierig Aagje!’

‘Ja, ik kom al’ zegt ze, en ze zwaait vlug nog even naar de zingende beer. ‘Ik wil ook snel naar huis, want ik wil aan papa vragen of hij het liedje van Bolke de Beer voor mij op kan zoeken op de laptop.’ 

‘Hoe kom jij daar ineens zo bij?’ vraagt haar moeder verbaasd.

 

‘Nou, dat heeft die beer mij zojuist verteld, mama. En ik wil ook gelijk mijn pyjama aan!’

 

 

 

 

 

 

Wanneer ik na een lange en vermoeiende dag vanuit mijn werk thuiskom , zie ik achter in de steeg ter hoogte van mijn tuindeur een groepje mensen staan. Ze kijken onthutst en ik ontwaar ook enige paniek. Ik loop er met de fiets aan mijn hand naar toe en vraag me af wat er gaande is. Tot mijn verbazing zie ik dat de tuindeur wijd open staat. Ik was toch echt in de veronderstelling dat ik die vanochtend had afgesloten.


Ik versnel mijn pas en zie herkenning op de gezichten van de groep, het zijn enkele buren, maar ook onbekenden. Ze laten me door en ik kijk verbluft mijn tuin in. Daar zie ik mannen in groene pakken. Soldaten? Wat gebeurt hier! Ik zie een gele tent met iets van slingerende camouflage strepen, en ik zie helmen. Duitsers? Ik gooi mijn fiets van me af en wil er op af lopen, maar zie tegelijkertijd vanuit mijn ooghoek een vreemde vrouw op het gras liggen. Eén soldaat heeft een geweer vast dat met de loop naar beneden gericht is en staat er verslagen bij te kijken. Een paar andere soldaten komen naar mij toegelopen terwijl één van hen zich over de vrouw ontfermt. Ze pakken me bij de arm en wijzen me op een bord met een tekst. En terwijl ik dat probeer te lezen, merk ik dat ze al te nieuwsgierige mensen op afstand houden. 
Op het bordje staat:


HALT! ZUTRITT Verboten!


Het moet niet veel gekker worden en ik slik even, wil wat zeggen, maar mijn keel lijkt wel van schuurpapier.
De schutter komt langzaam in beweging, draait zich iets naar mij toe en stamelt, " ik wist het niet, ze kwam op verboden terrein en ik dreigde te zullen schieten, maar.....ze luisterde niet en toen richtte ik op haar en schoot. "
" Maar hoe kwam zij dan in mijn tuin?" vraag ik met schorre stem.
"Niet geladen dacht ik, wist het echt niet" komt er verwarrend uit, en hij komt op me afgelopen. Tegelijkertijd wordt ik bang, ik wil me omdraaien en weglopen, dit is niet normaal. Weg wezen hier! Ik struikel en val met een plof op de grond waarna ik verbijsterd om me heen kijk.


"Maar oma, je valt tegen mij aan!" Ik kijk verbaasd in de verbouwereerde ogen van mijn kleinzoon die al een poosje naast me zit, waarschijnlijk ben ik even ingedommeld, en ik zie nog juist de groene uniformen uit zijn i-pad wegmarcheren. 

 



 

 

 

 

Het hing al een tijdje om me heen, ik vond het onverklaarbaar, maar prettig voelde ik me allerminst. Het was eind oktober, de tijd met flarden van mist en nevel. Toch had ik nog de nodige energie ‘in huis’ om mijn dagen op een positieve manier in te vullen.

 

Zo af en toe was het er, een windvlaag, een koude rilling. Dan weer een druk, alsof er iemand tussen mijn schouderbladen ging zitten. Ik schudde het letterlijk en figuurlijk van me af en kreeg het daar weer warm van! Ik besteedde er vervolgens weinig aandacht meer aan en fladderde verder, maar inmiddels toch meer als een trage vlinder in de herfst die nog de laatste restjes nectar van de bloemen snoept.

De oktobermaand was mild voor ons, we kregen nog mooie zonnige dagen die benut moesten worden, want november was al heel dichtbij, de tijd van koning winter. Het was niet moeilijk om hier van te genieten, want de natuur tovert in de herfst de prachtigste kleuren en kruidige geuren die je met gemak en –ik geef toe- een beetje verbeeldingskracht in een sprookje doen belanden.

 

En ik geloof dat het toen gebeurde, ik werd gegrepen! Toch wist ik me nog een beetje los te wringen, maar het kwaad was al geschied. En verbeeldde ik het me, of zag ik in een flits toch wat wegschieten? Ik heb nog lang naar een boom staan staren, in de hoop dat het een eekhoorn was. Maar mijn pas vertraagde, en het gevoel ‘geveld’ te zijn kreeg de overhand.

Eenmaal thuis kreeg ik de bezem in het oog die op tafel lag, maar het drong nog niet tot mij door. Het heldere denken ging mij niet goed meer af, het beste was om er nu maar aan toe te geven, de gelukzalige momenten van het mooie sprookjesbos had ik in ieder geval opgeslagen om er later mijn voordeel mee te kunnen doen.

 

Toen ik in mijn bed lag bij te komen van de aanval, kreeg ik een soort van visioen in mijn hoofd. Ik zag een zwarte fluwelen stof die bezaaid was met sterren, en ook de bezem kwam weer terug in mijn gedachten. Zou het dan toch? In de verte hoorde ik vaag het gelach van een kind, of nee, het klonk hoger en schriller, ik zag het gordijn ook plots een beetje wapperen.

Ze had me nu dan toch een flinke loer gedraaid, na lang gedraald te hebben. Ik ben geen appel-eter, dus daar kon ze me niet mee verleiden, bovendien heb ik geen ravenzwart haar. En van poetsen hou ik al helemaal niet! Ze had het op één of andere manier voor elkaar gekregen.

 

Gewiekst is het, want ik had al een glimp van haar opgevangen in de supermarkt een paar dagen daarvoor. Ik zag een paar bruine schoenen met enorme punten die toebehoorden aan de wat oudere vrouw die daarboven uitstak. Ze had een lichtelijk gekromde rug en grijs haar, maar omdat haar kleding niet zwart was, zocht ik er niets achter.

Eenmaal weer in de auto op weg naar huis, zag ik vanuit mijn rechterooghoek een vrouw in een lang zwart gewaad een pad oplopen en ze had waarschijnlijk in de gaten dat ik keek, want ze draaide haar hoofd in mijn richting. Toen voelde ik al wel een beetje nattigheid.

 

Dit alles lag ik zo te overdenken en ik vroeg me af in welke gedaante ze zich echt aan mij had laten zien. Meestal heeft het wel een naam en toen ik na een paar dagen lichamelijk geboden weerstand vermoeid naar buiten keek, zag ik nog net in vage letters haar naam in de wolken uiteen drijven. Influenza!  En eerlijk gezegd en geschreven, eigenlijk vind ik dit een veel te mooie naam voor zo’n vervelende heks!

De schrijfster had zichzelf juist op een fijn plekje in de zon van het terras geïnstalleerd toen ze vlakbij haar een koppel aan één van de andere tafels zag plaatsnemen.

 

Nu is dit niet zo bijzonder, maar wel verrassend, want de weersvoorspellingen vooraf waren minder gunstig. “Kunnen we hier bestellen?” hoorde ze de man vragen voordat ze hun plekje innamen. “We komen bij u langs meneer” zei een bediende, “maar het kan wel even duren.”Het zat zo te zien mee, want er kwam al snel iemand  langs om hun bestelling op te nemen. Kort daarop kwamen de drankjes op tafel.

 

Terwijl de vrouw zichtbaar van haar ijsthee genoot via het buigrietje in het flesje, dronk de man zijn pintje terwijl hij voor zich uitstaarde. De vrouw realiseerde zich dat ze in de schaduw zat, verplaatste zich naar een stoel in de zon tegenover hem en keek eens om zich heen. Iets in de schrijfster wekte haar nieuwsgierigheid en ze nam zich voor dit vermoedelijke echtpaar even iets langer, doch zo onopvallend  mogelijk vanuit haar ooghoeken te observeren.

De dorst was bijna gelest toen er iemand langs kwam om de bestelling alvast met hen af te rekenen.In de minuten die daarop volgden passeerden er groepjes mensen, al of niet onder begeleiding van een gids en aan de tafels werd het steeds voller. De mensen volgden waarschijnlijk hun neus, want de geur van eten maakt hongerig.

 

En toen begon het wachten. Er werd geserveerd aan de tafels waar al eerder besteld was en steeds wanneer er iemand met een goed gevuld dienblad vanuit de keuken kwam zag ze twee paar ogen die richting uitkijken, maar schijnbaar waren ze nog niet aan de beurt. De vrouw had een bedenkelijke blik toen ze naar haar man opkeek en vroeg zich hardop af of hij zich zat te ergeren. En ja, hij vond dat ze kostbare tijd aan het verliezen waren. Ze gaf aan dit niet met hem eens te zijn want het zat lekker en wanneer je geniet verlies je geen tijd was haar mening. Bovendien had ze trek!

 

Toch kon ze niet verhinderen dat haar man na weinig geduld zijn ongenoegen uitsprak, vervolgens opstond en van de tafel wegliep om haar vertwijfeld en alleen aan de tafel achter te laten. De schrijfster hoorde dat hij op de parkeerplaats in de auto zou wachten.

De vrouw bleef echter zitten en keek een beetje wanhopig in de richting van de bediening of er misschien alsnog en hopelijk op datzelfde moment geserveerd zou worden, maar nee!

 

Toch was de redding nabij.  “Zijn deze stoelen vrij?”  Een ander koppel kwam in beeld. Het gezicht van de vrouw klaarde op. “Ja hoor, natuurlijk” antwoordde ze terwijl ze snel van de gelegenheid gebruik maakte om van haar plaats op te staan. En na een korte aarzeling …. ”er is friet besteld voor twee personen maar het duurt nogal, dus mocht het geserveerd worden, eet het dan gerust op, want het is al betaald.” Waarop ze zich zonder hun antwoord af te wachten snel uit de voeten maakte.

 

Alleen de schrijfster zag hun verbouwereerde gezichten.

Nieuwe reacties

28.06 | 10:57

Dank je wel An! En ja, helemaal met je eens wat betreft het zomerseizoen. We blijven voorzichtig. Fijn dat je gereageerd hebt en een hartelijke groet.

...
28.06 | 07:49

met je achterkleinkind
dat kon er niet meer bij op vorige reactie

...
28.06 | 07:49

het voelt toch alsof we een paar maanden verloren zijn, want plots is het zomer zonder dat we er erg in hadden
Voorzichtig blijven is noodzakelijk
gefeliciteerd

...
26.06 | 21:50

Iets opgelegd krijgen is niet fijn, maar ik ben wel blij met duidelijke richtlijnen Wilma, en dat laat wel eens te wensen over vrees ik. Dank voor je reactie!

...