Wanneer ik na een lange en vermoeiende dag vanuit mijn werk thuiskom , zie ik achter in de steeg ter hoogte van mijn tuindeur een groepje mensen staan. Ze kijken onthutst en ik ontwaar ook enige paniek. Ik loop er met de fiets aan mijn hand naar toe en vraag me af wat er gebeurd kan zijn. Tot mijn verbazing zie ik dat de tuindeur wijd open staat. Ik was toch echt in de veronderstelling dat ik die vanochtend had afgesloten.


Ik versnel mijn pas en zie herkenning op de gezichten van de groep, het zijn enkele buren, maar ik zie ook onbekenden. Ze laten me door en ik kijk verbluft mijn tuin in. Daar zie ik mannen in groene pakken. Soldaten? Wat gebeurt hier! Ik zie een gele tent met iets van slingerende camouflage strepen, en ik zie helmen. Duitsers? Ik gooi mijn fiets van me af en wil er op af lopen, maar zie tegelijkertijd vanuit mijn ooghoek een vrouw op het gras liggen. Eén soldaat heeft een geweer vast dat met de loop naar beneden gericht is en staat verslagen te kijken naar diezelfde vrouw. Een paar andere soldaten komen naar mij toegelopen terwijl één van hen zich over de man ontfermt die nog steeds als aan de grond genageld staat toe te kijken. De soldaten pakken mij bij de arm en wijzen me op een bord met een tekst. En terwijl ik die probeer te lezen, merk ik aan de reacties van de omstanders dat het nog maar net gebeurd is. Ik kijk nog eens naar dat beeld, die vrouw die daar ligt, maar hoe is ze er aan toe?
Op het bordje staat:


HALT! ZUTRITT Verboten!


Het moet niet veel gekker worden en ik slik even, wil wat zeggen, maar mijn keel lijkt wel van schuurpapier.
De schutter komt langzaam in beweging, draait zich iets naar mij toe en stamelt, " ik wist het niet, ze kwam op verboden terrein en ik dreigde te zullen schieten, maar.....ze luisterde niet en toen richtte ik op haar en schoot. "
" Maar waarom dan in mijn tuin?" vraag ik met schorre stem.
"Niet geladen dacht ik, wist het echt niet" en hij komt op me afgelopen. Tegelijkertijd wordt ik bang, ik wil me omdraaien en weglopen, dit is niet normaal. Weg wezen hier! Ik struikel en val met een plof op de grond waarna ik verbijsterd om me heen kijk.


"Maar oma, vindt je het geen leuk spelletje!" Ik kijk verbaasd op naar de verbouwereerde ogen van mijn kleinzoon die snel naast me komt zitten en zie nog juist de groene uniformen passeren op zijn I-pad.


Ik sta op, aai hem over zijn bol en wens in stilte dat dit nooit echt menens hoef te worden voor hem.

 

 

 

 

Het hing al een tijdje om me heen, ik vond het onverklaarbaar, maar prettig voelde ik me allerminst. Het was eind oktober, de tijd met flarden van mist en nevel. Toch had ik nog de nodige energie ‘in huis’ om mijn dagen op een positieve manier in te vullen.

 

Zo af en toe was het er, een windvlaag, een koude rilling. Dan weer een druk, alsof er iemand tussen mijn schouderbladen ging zitten. Ik schudde het letterlijk en figuurlijk van me af en kreeg het daar weer warm van! Ik besteedde er vervolgens weinig aandacht meer aan en fladderde verder, maar inmiddels toch meer als een trage vlinder in de herfst die nog de laatste restjes nectar van de bloemen snoept.

De oktobermaand was mild voor ons, we kregen nog mooie zonnige dagen die benut moesten worden, want november was al heel dichtbij, de tijd van koning winter. Het was niet moeilijk om hier van te genieten, want de natuur tovert in de herfst de prachtigste kleuren en kruidige geuren die je met gemak en –ik geef toe- een beetje verbeeldingskracht in een sprookje doen belanden.

 

En ik geloof dat het toen gebeurde, ik werd gegrepen! Toch wist ik me nog een beetje los te wringen, maar het kwaad was al geschied. En verbeeldde ik het me, of zag ik in een flits toch wat wegschieten? Ik heb nog lang naar een boom staan staren, in de hoop dat het een eekhoorn was. Maar mijn pas vertraagde, en het gevoel ‘geveld’ te zijn kreeg de overhand.

Eenmaal thuis kreeg ik de bezem in het oog die op tafel lag, maar het drong nog niet tot mij door. Het heldere denken ging mij niet goed meer af, het beste was om er nu maar aan toe te geven, de gelukzalige momenten van het mooie sprookjesbos had ik in ieder geval opgeslagen om er later mijn voordeel mee te kunnen doen.

 

Toen ik in mijn bed lag bij te komen van de aanval, kreeg ik een soort van visioen in mijn hoofd. Ik zag een zwarte fluwelen stof die bezaaid was met sterren, en ook de bezem kwam weer terug in mijn gedachten. Zou het dan toch? In de verte hoorde ik vaag het gelach van een kind, of nee, het klonk hoger en schriller, ik zag het gordijn ook plots een beetje wapperen.

Ze had me nu dan toch een flinke loer gedraaid, na lang gedraald te hebben. Ik ben geen appel-eter, dus daar kon ze me niet mee verleiden, bovendien heb ik geen ravenzwart haar. En van poetsen hou ik al helemaal niet! Ze had het op één of andere manier voor elkaar gekregen.

 

Gewiekst is het, want ik had al een glimp van haar opgevangen in de supermarkt een paar dagen daarvoor. Ik zag een paar bruine schoenen met enorme punten die toebehoorden aan de wat oudere vrouw die daarboven uitstak. Ze had een lichtelijk gekromde rug en grijs haar, maar omdat haar kleding niet zwart was, zocht ik er niets achter.

Eenmaal weer in de auto op weg naar huis, zag ik vanuit mijn rechterooghoek een vrouw in een lang zwart gewaad een pad oplopen en ze had waarschijnlijk in de gaten dat ik keek, want ze draaide haar hoofd in mijn richting. Toen voelde ik al wel een beetje nattigheid.

 

Dit alles lag ik zo te overdenken en ik vroeg me af in welke gedaante ze zich echt aan mij had laten zien. Meestal heeft het wel een naam en toen ik na een paar dagen lichamelijk geboden weerstand vermoeid naar buiten keek, zag ik nog net in vage letters haar naam in de wolken uiteen drijven. Influenza!  En eerlijk gezegd en geschreven, eigenlijk vind ik dit een veel te mooie naam voor zo’n vervelende heks!

De schrijfster had zichzelf juist op een fijn plekje in de zon van het terras geïnstalleerd toen ze vlakbij haar een koppel aan één van de andere tafels zag plaatsnemen.

 

Nu is dit niet zo bijzonder, maar wel verrassend, want de weersvoorspellingen vooraf waren minder gunstig. “Kunnen we hier bestellen?” hoorde ze de man vragen voordat ze hun plekje innamen. “We komen bij u langs meneer” zei een bediende, “maar het kan wel even duren.”Het zat zo te zien mee, want er kwam al snel iemand  langs om hun bestelling op te nemen. Kort daarop kwamen de drankjes op tafel.

 

Terwijl de vrouw zichtbaar van haar ijsthee genoot via het buigrietje in het flesje, dronk de man zijn pintje terwijl hij voor zich uitstaarde. De vrouw realiseerde zich dat ze in de schaduw zat, verplaatste zich naar een stoel in de zon tegenover hem en keek eens om zich heen. Iets in de schrijfster wekte haar nieuwsgierigheid en ze nam zich voor dit vermoedelijke echtpaar even iets langer, doch zo onopvallend  mogelijk vanuit haar ooghoeken te observeren.

De dorst was bijna gelest toen er iemand langs kwam om de bestelling alvast met hen af te rekenen.In de minuten die daarop volgden passeerden er groepjes mensen, al of niet onder begeleiding van een gids en aan de tafels werd het steeds voller. De mensen volgden waarschijnlijk hun neus, want de geur van eten maakt hongerig.

 

En toen begon het wachten. Er werd geserveerd aan de tafels waar al eerder besteld was en steeds wanneer er iemand met een goed gevuld dienblad vanuit de keuken kwam zag ze twee paar ogen die richting uitkijken, maar schijnbaar waren ze nog niet aan de beurt. De vrouw had een bedenkelijke blik toen ze naar haar man opkeek en vroeg zich hardop af of hij zich zat te ergeren. En ja, hij vond dat ze kostbare tijd aan het verliezen waren. Ze gaf aan dit niet met hem eens te zijn want het zat lekker en wanneer je geniet verlies je geen tijd was haar mening. Bovendien had ze trek!

 

Toch kon ze niet verhinderen dat haar man na weinig geduld zijn ongenoegen uitsprak, vervolgens opstond en van de tafel wegliep om haar vertwijfeld en alleen aan de tafel achter te laten. De schrijfster hoorde dat hij op de parkeerplaats in de auto zou wachten.

De vrouw bleef echter zitten en keek een beetje wanhopig in de richting van de bediening of er misschien alsnog en hopelijk op datzelfde moment geserveerd zou worden, maar nee!

 

Toch was de redding nabij.  “Zijn deze stoelen vrij?”  Een ander koppel kwam in beeld. Het gezicht van de vrouw klaarde op. “Ja hoor, natuurlijk” antwoordde ze terwijl ze snel van de gelegenheid gebruik maakte om van haar plaats op te staan. En na een korte aarzeling …. ”er is friet besteld voor twee personen maar het duurt nogal, dus mocht het geserveerd worden, eet het dan gerust op, want het is al betaald.” Waarop ze zich zonder hun antwoord af te wachten snel uit de voeten maakte.

 

Alleen de schrijfster zag hun verbouwereerde gezichten.

Val

Er is een grote inbraak geweest, de politie is bezig met het sporenonderzoek terwijl wij ondertussen de schade bekijken. De hele boel is in scene gezet, maar dat weten de agenten nog niet. Ze zijn uiterst serieus bezig en ik ben bang. Ik moet dringend naar het toilet, maar het lijkt wel of de toiletpot in de bank achter de kussens verstopt zit. Alles om me heen lijkt ondoordringbaar, maar de persoon die de hele boel in gang heeft gezet lijkt in zijn vuistje te lachen. Ik ben het er niet mee eens, mijn hart springt bijna uit mijn lijf, maar ik moet rustig blijven, ik ben geen verrader. Hij zal door de mand vallen, want ik zie details die niet onverbloemd mogen blijven. Ik zie een jongen met een bromfiets die later als getuige kan dienen, ik denk hem te herkennen aan zijn rode haar. Ondertussen stuiten de agenten op ondefinieerbare zaken, lege plekken die niet leeg horen te zijn. Een vloer van rode klei doemt op in een hoek, was die er altijd al? Dan kijkt een van de agenten mij doordringend aan en ik vlucht.

 

Ik ren zo hard als ik kan en schiet een gebouw aan de overkant van de straat in. Het lukt me om ongezien op de hoogste verdieping te komen waar ik mannen aan het werk zie. Ze dragen gele helmen en staan op steigers aan de achterkant van het gebouw. Ik verberg me terwijl ik vanuit het niets een vrouw met laarsjes de steiger zie oplopen. Eén van de mannen, gevaarlijk dicht bij mij in de buurt kijkt verheugd naar haar op.

 

De vrouw beweegt zich over de steiger, kijkt vanaf een vast punt even het gebouw in  en loopt weer terug naar het midden. “Met deze kleding sla ik vast geen gek figuur rond de feestdagen!”  kraait ze. Ineens draait  ze zich nog eens lachend om, doet een stap naar achteren en valt voor mijn ogen in een soort van zithouding  van de steiger. Er is niets om aan vast te grijpen! Ik hoor geluiden van de onzichtbare obstakels waar ze tijdens haar val tegenaan komt en ben met stomheid geslagen.

 

Dezelfde verbijstering zie ik bij de man die haar zojuist nog verheugd zat aan te kijken. Vanuit hurkzit staat hij op, stapt naar de rand en springt de vrouw zonder blikken of blozen, en met gestrekte benen achterna. Ik sta vastgenageld van schrik en ontzetting, maar kan niet gillen.Ik wacht op een doffe dreun, een plof of een ander geluid en vraag me af hoe lang het nog duurt voordat hij de grond zal raken, maar hoor helemaal niets! Het blijft akelig stil rondom de steiger. Wat nu!

 

In paniek grijp ik me vast wanneer iemand ineens mijn arm pakt. “Kom!” hoor ik naast me. Nog in trance kijk ik naar het gezicht van een man die me beveelt: “De telefoon, internet, televisie – alles gaat uit. Ik slaak een zucht en ben blij dat het afgelopen is.

 

 



Ik had al een tijdje het idee dat er naar me gekeken werd toen we op een mooie zondagmiddag door het Zoniënwoud aan het wandelen waren. Zoals meestal liep ik natuurlijk
weer een eindje achterop. Een prachtig bos met zeer lange en kaarsrechte beuken, waarvan gedeeltelijk productiebos, maar het gedeelte waar wij liepen toch het meest natuurgebied. Oude, zwakke en zieke bomen die omgegaan zijn, mogen blijven liggen en dienen nog als voedsel voor bodem en dier. Op sommige plekken zie je een grote kluit in de lucht hangen en dat is dan een ontwortelde boom die met zijn 'beentjes' in de lucht hangt. Best fascinerend om zo'n kluit van dichtbij te bekijken.
Hoofdzakelijk loofbos, met helaas weinig paddenstoelen, want waarschijnlijk is de bodem daar niet echt geschikt voor, of waren we nog te vroeg. Op sommige oude stronken zag ik wel prachtige witte kleine zwammen en ook nog andere witte paddenstoeltjes, die op grote witte slakken-eieren leken, want er zat hier en daar een gaatje in.
De bodem in dit bos is bedekt met veel blad, vooral van de beuken en dat duidt op 'arme' grond. Een bos met meer variatie levert verschillende soorten blad op en kan dit beter verteren, waardoor er een rijkere voedingsbodem ontstaat, zo heb ik geleerd.
Omdat het bos heuvelachtig is, zijn er door mensenhanden geulen gemaakt die voor de afwatering zorgen, die geven het bos gelijk even een tikkeltje extra. Op de dag dat wij er liepen, viel het licht mooi door de bladeren die er toen nog volop aanzaten. Het mooi gekleurde blad op de bodem ligt er sowieso het hele jaar door en wordt elk jaar weer aangevuld in de herfst.

Maar op een gegeven moment werd ik dus gadegeslagen en voelde ik dat er iets mysterieus in de lucht hing. Het bos voelt sowieso 'gesloten' aan, want de beuken maken het van bovenaf lekker dicht om hun voeten te beschermen. Eigenlijk loop je in een heel grote woonkamer met mooie en veerkrachtige vloerbedekking. Voordeel, je hoeft hier niet te stofzuigen!

Toch ..... op de een of andere manier, was het anders dan anders. Ik liep gewoon door met af en toe een opmerking naar de rug van mijn wandelmaatje. Het fototoestel bungelde elke stap met me mee en werd ook steeds weer goed ingezet.
En zo 'snapte' ik ineens , hij kon zich niet meer verschuilen, de olifant die zich achter een beukenboom verstopt had! Wat een verrassing, maar gelijk ook wel vreemd natuurlijk, want een olifant is een heel groot dier en ik zag eigenlijk alleen maar zijn kop. Hij moest waarschijnlijk erg zijn best doen om zich zo weinig mogelijk bloot te geven.
Toch heb ik hem herkend en dat doet me deugd, want daardoor weet ik dat het goed met hem gaat.

Er is vele jaren geleden namelijk op een onbewaakt moment een olifant ontsnapt uit een circus die zijn tenten opgeslagen had op een plek dat vlak tegen dit bos aanlag. Het zou best kunnen dat het Afrika museum dat hier in de buurt ligt daar debet aan is, wie zal het zeggen?
Er is heel lang gezocht naar het dier, maar het was spoorloos verdwenen. Nooit gevonden, raar he? Zo'n groot beest. Maar ik heb hem gezien en ik weet bijna zeker dat het dier mij ook wilde zien en z'n best heeft gedaan om een glimpje van mij op te vangen, zodat ik aan eventuele nabestaanden door kan geven dat hij het best naar z'n zin heeft in het Zoniënwoud.

Best fijn zo'n wandeling!

Nieuwe commentaren

11.12 | 19:58

Herkenbaar. Soms denk ik wel eens, waarom schrijf ik eigenlijk? Ook gewoon omdat ik er iets mee moet.

...
11.12 | 18:44

Dank je wel Wilma. Ik kon niet anders, Ik moest er gewoon iets mee doen en ik ben blij dat het zulke fijne reacties oproept. Dat doet me echt goed!

...
11.12 | 18:39

Mijn onverbrekelijke band met mijn moeder. Inderdaad Anne, wat mooi dat je dit zo benoemd. Een lieve groet van mij en dank je wel.

...
11.12 | 18:32

Mooi dat je dit zo onder woorden brengt.

...