Column

Op een sombere novemberavond kun je wel wat lichtpuntjes gebruiken.

Het is kwart voor 5 in de middag als ik een blik naar buiten werp en zie dat het alweer begint te schemeren. De donkere dagen voor......

Het biedt echter wel weer mogelijkheden om het gezellig te gaan maken binnenshuis, maar hoe doe je dat ook al weer. Ben ik het soms vergeten?

 

Allereerst ga ik het licht aandoen in de kamer zodat het fel oplichtende computerscherm niet teveel aan mijn ogen prikt en vervolgens sluit ik de gordijnen. Dat scheelt al een slok op een borrel. Waarom moet ik nu aan mijn vader denken. Ah ja, die hield wel van een neutje! Liever had hij een kopstootje, een glas jenever tot aan de rand gevuld en een glas bier ernaast. Het jeneverglas kon niet zonder morsen opgepakt worden dus bracht hij zijn getuite lippen naar het glas om niets te hoeven verspillen. Ik heb altijd gedacht dat het zijn manier was, maar het blijkt echt zo te moeten bij een kopstootje. Ik krijg dit beeld nog vaak voor ogen als ik aan hem denk, ook al is hij al meer dan dertig jaar niet meer onder ons. Proost pa, jij was sowieso altijd een lichtpuntje voor mij.

 

Gezelligheid creëren dus. Je moet zelf de slingers ophangen om het gezellig te maken in huis. Nu vind ik slingers wat overdreven, ik ben tenslotte nog niet jarig en voor de kerstboom of andere kerstversieringen vind ik het nog te vroeg. Het zijn van die tussenin-dagen en deze week voor het eerst echt fris novemberweer. Maar de verwarming staat aan ik hoef niet verplicht naar buiten. We hebben te eten, maar ik zal toch nog op pad moeten voor een paar nieuwe truien. Of….ze online bestellen, dat kan ook natuurlijk, maar dat heb ik nog niet aangedurfd. En steeds stel ik weer uit tot morgen al wordt er al decennia lang beweerd dat je dit niet moet doen.

 

Een lichtpuntje is dus welkom en als ik nu om me heen kijk, zie ik dat er inmiddels meer lampen aan mogen in de kamer. Eerst dit maar weer in orde maken, kleine moeite. En terwijl ik hier mee bezig ben zie ik het lachende gezicht van mijn moeder aan de wand, vlakbij mij. Ach ja, we zijn nog maar net oktober voorbij, de maand waarin zij vorig jaar overleed. Zo’n raar idee, dat ze er niet meer is. Zo intensief die laatste periode van haar leven, dat het nu pas echt tot mij door gaat dringen.

Toch is haar blije lach op de foto ook een lichtpuntje voor mij, en is ze mij tot steun op lastige momenten. En uiteraard ook als er mooie momenten voorbij komen, dan deel ik die met haar. Dan lijkt het net of ze meer gaat stralen.

 

Ik weet ineens wat ik ga doen op die donkere avonden. Rommelen in dozen vol foto’s en alle mooie momenten als lichtpuntjes naar boven halen, want ook een doos met foto’s is een bakkie troost.   

 

 

Ik was een jonge moeder en woonde gescheiden van de vader van onze twee zoontjes in het huis waar we daarvoor nog met zijn vieren woonden. Op zich was dit al lastig genoeg en mede hierdoor belandde ik op een zekere dag in een vervelende situatie.

 

In die tijd was er een populair lied met de tekst: “Het is moeilijk bescheiden te blijven” van de zanger Peter Blanker.

Echt zo’n deuntje dat blijft hangen. Nu stond er op die bewuste dag - en de dagen daarvoor ook regelmatig - een groepje kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd als mijn oudste bij ons tuinhekje steeds die ene regel te zingen. Het woord “bescheiden” hadden ze echter veranderd in het woord “gescheiden”. Ik besloot me er  niets van aan te trekken, maar het hield niet op en ik werd het beu. Steeds stonden ze daar weer. Eén van de jongens stond meestal vooraan en was degene die het groepje aanstuurde. En ineens was mijn geduld op, kwam die jongen iets te dicht in mijn buurt toen ik hen passeerde en ontving hij een klets op zijn wang van mij waarop hij brullend naar huis rende.

 

En ik had gelijk door dat ik fout zat. Ik kan me nog goed de paniek herinneren die ik toen ervoer. Bedacht ook dat mijn jongste nog op het speelveldje was, vlakbij de woning van die jongen. Ik pakte snel mijn fiets om hem op te halen en moest daar ook weer langs om thuis te komen toen ik de moeder van de jongen op het pad zag staan. Ze hield mij woedend staande. Ik schaamde mij diep, maar voordat ik nog maar iets kon uitleggen, had ik zelf al een flinke draai om mijn oren te pakken. En ik kon de fiets niet loslaten, want de jongste zat nog achterop. Haar man kwam naar buiten, trok haar bij mij weg en ik fietste met een gloeiende wang en in tranen naar huis, waar ik alles eerst even moest laten bezinken. Die nacht sliep ik dus niet zo best, ik voelde me schuldig, alleen met mijn sores en ook wel wat vernederd.

 

Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik naar het gezin toe moest gaan, en nadat ik mijn kinderen de volgende dag naar school had gebracht, belde ik nerveus bij hen aan. De moeder deed open en was rustig, ze liet me zelfs binnen. Op haar beurt had zij van haar man een flinke reprimande gekregen en we besloten het samen uit te praten. Het hoe en het waarom kwam ter sprake, de reactie van beide kanten en de nodige excuses. En het opgeluchte gevoel daarna kan ik zo weer naar boven halen. Bijkomend voordeel was wel, dat het geplaag stopte en de kinderen weer gewoon met elkaar gingen spelen.  

 

De spanning was verdwenen, de moeder van die jongen en ik maakten geregeld nog eens een praatje met elkaar en we spraken niet meer over het gebeurde. Toch staat het nog steeds in mijn geheugen gegrift, maar de oma die ik nu ben kijkt er inmiddels met milde ogen op terug.  

 

 

 

 

Het is vanwege vaderdag, maar het komt ook door een opmerking van één van mijn kinderen dat ik even de diepte in wil gaan. Niets ernstigs hoor, dus schrik niet.
In België is vaderdag in 2019 op 9 juni en in Nederland op 16 juni. En het voelt een beetje leeg hier weinig mee te kunnen doen, behalve dan herinneringen op te halen.


Vaders? Ja, want Ik had er twee. Mijn biologische vader stierf 1 maand na mijn geboorte in 1954 op 21 jarige leeftijd. Een jaar later in 1955 heeft mijn vader Joop, wiens achternaam ik vanaf dat moment ook draag, mij aangenomen als zijn dochter toen hij met mijn moeder in het huwelijk trad. Aan de eerste heb ik dus geen herinneringen, maar aan de tweede des te meer. Wat een lieve vader heb ik aan hem gehad. Hij stierf helaas al in 1987 op 62 jarige leeftijd. Uit mijn leven dus, maar nooit uit mijn hart.


En hoe dan schoonvaders? Het wordt hopelijk niet al te ingewikkeld. Mijn eerste schoonvader kende ik al lang voor ik met zijn zoon Piet in het huwelijk trad. Piet verloor zijn vader toen hij zelf nog maar 14 jaar was. Dus werd zijn vader later wel mijn schoonvader, maar daar heeft hij nooit weet van gehad. Voor mij is hij eigenlijk altijd de buurman gebleven van een groot gezin. Piet zelf is overigens in 2012 overleden, maar ik ben geen weduwe, want wij waren al een tijdje uit elkaar. Ik ben wel blij dat we later weer op goede voet stonden met elkaar. We kregen samen twee zonen.


Mijn schoonvader uit mijn 2e huwelijk heb ik gelukkig goed gekend. Het was een man met prachtig zilvergrijs haar en een enorm fijn gevoel voor humor. Hij leerde mij op de boerderij in de Noordoostpolder de kneepjes van het moestuinieren. En hij was razend enthousiast toen de spinazie bij mij zo goed opkwam. Ook hij is overleden, in 1986, een jaar voor mijn vader Joop. Hij was het jaar daarvoor net 70 geworden en dat hebben we nog heel leuk gevierd met elkaar. Uit mijn huwelijk met zoon Harrie is onze dochter geboren.


In mijn huidige relatie is er ook een schoonvader, zo wil ik hem tenminste wel noemen,  al is er nu geen sprake van een huwelijk. Hij wordt dit jaar 88 en bij gezond en welzijn volgt er eind augustus een jubileum. De Vlaamse Jef en zijn vrouw Gaby zullen dan 65 jaar getrouwd zijn. Het is fijn dat we hen nog in ons midden hebben.


De opmerking kwam van mijn zoon. Hij vroeg: " Wil je een bakje koffie?" terwijl we aan het chatten waren via Whatsapp. We moesten er allebei om lachen, want 250 kilometer is wel wat ver voor een bakje. En zo kwam ik later al filosoferend ineens op vaderdag uit, al weet ik niet meer precies hoe en waarom.


Noem het maar gedenkwaardig.

 

Ik ben een trage lezer en doe dus lang over een boek. Het lukt mij niet om een boek in één ruk uit te lezen, zoals je van sommigen wel eens hoort of leest. Een dun boek zou nog gaan, maar een dikke pil? Nee, echt niet.


Ik belet mezelf te genieten van een goed boek wanneer ik ervoor kies om mijn tijd anders - en dat kan van alles zijn - in te vullen. Raar eigenlijk. Ik heb m'n hele leven vanaf het moment dat ik goed kan lezen, ook graag gelezen, maar beperk me steeds tot korte stukjes. Daar verstrijkt de tijd natuurlijk ook mee, maar bij een boek ben ik soms bang om mijzelf erin te verliezen, of er in te blijven hangen. Dat kan lastig zijn, maar soms wil ik het juist vasthouden omdat het zo'n mooi verhaal was, en/of me op de een of andere manier geraakt heeft. Non-fictie verhalen lees ik ook graag en deze wil ik sowieso de tijd geven om goed in te laten dalen en dan is het geen optie voor mij om na het uitlezen van zo'n boek gelijk in een ander verhaal te duiken. Eens per week een boek lezen zit er voor mij dus niet in, dat lukt echt niet. Korte verhalen, colums en dergelijke zijn soms beter te behappen.


Ik heb mezelf wel geleerd om een boek terzijde te leggen als het me niet al bij de eerste pagina's aanspreekt. Stug doorlezen werkt meestal niet, dat heb ik wel eens geprobeerd, maar de aandacht en de zin vergaat me dan.
Keuzes maken dus. Geen kostbare tijd verliezen als je die in kunt vullen op een aangename manier. Ik heb besloten om het mijzelf toe te staan, gewoon te blijven lezen op mijn manier en een verhaal helemaal door te laten sijpelen tot in het diepste van mijn grijze hersencellen. Het is veel te fijn om helemaal even ondergedompeld te worden in een andere wereld, een ander land, een ander leven en om er het een en ander in te herkennen. En ook om er door gestimuleerd te worden om zelf weer eens iets te gaan schrijven. Zoals nu het geval is.


Momenteel lees en ben ik halverwege het boek ' In de schaduw van het palazzo' van de auteur Santa Montefiore. Dit boek staat al sinds 2011 in mijn kast. En wat ben ik blij dat ik deze na lang wikken en wegen heb uitgekozen uit de rij van nog te lezen boeken. Toch zie ik op tegen de onvermijdelijke afloop van het verhaal, want terwijl ik lees ben ik in die wereld, kijk ik mee over de schouders van de personages en wil ik eigenlijk nog geen afscheid van hen nemen. Maar dat zal toch gebeuren na het lezen van die allerlaatste zin.


Hopelijk wordt het geen open einde.

 

'Change the things you can't accept, and accept the things you can't chainge'

Dit citaat is een oude Amerikaanse wijsheid en komt waarschijnlijk uit de kringen van verslaafdenzorg, zoals Aaf Brandt Corstius in het tijdschrift Flow aangeeft in haar column.

Ik lees wel vaker citaten en neem ze dan ter kennisgeving aan, waarna ik ze meestal weer snel vergeet. Een enkele keer komt er één langs die ik wel een plaatsje aan de muur zou willen geven, maar helaas, ook dat vergeet ik dan weer. Bovenstaand citaat kwam echter vrij sterk bij mij binnen.

 

Ik realiseer me soms ineens dat mijn moeder er echt niet meer is. Mijn dochter ervaart hetzelfde, vroeg het me laatst nog of dit bij mij ook zo binnenkomt. Ineens is er dan weer dat besef, dat ze niet meer in ons midden is. Wel in ons hart, daar bestaat geen twijfel over.
Wat ik vooral mis, dat zijn de telefoongesprekjes met haar waarin ik kwijt kon wat mij dwars zat. En of het nu echt zo erg was als ik dacht, dat maakte eigenlijk niet eens zo heel veel uit. Ze stond altijd aan mijn kant, de ene keer iets heftiger dan de andere keer. Vooral de opmerking "Ach kind, trek je d'r maar niks van an!' gaf mij al de nodige steun op afstand. Ze was blij als ik het ook was, en ze mopperde met mij mee als er iets was voorgevallen waarop echt iets te mopperen viel. Ik kreeg altijd bijval, terecht of niet.

 

Dat mis ik dus, want soms gaan dingen helemaal niet zoals ik ze graag zie of wil beleven. Ik neem me dan meestal maar voor om mee te gaan met de Flow van alledag en dan put ik troost uit haar foto die me stralend toelacht vanaf een mooi plekje in de huiskamer. "Hoi ma!" zeg ik dan en werp haar soms een handkus toe. Al doe ik dit nooit als er iemand bij is, want dat is mijn ding. Zo was ik laatst haar trouwboekje kwijt en vroeg ik of ze even mee wou helpen zoeken omdat ik het nodig had voor iets. Ik heb het gevonden, maar het duurde wel enkele dagen eerdat ze me de link eindelijk had 'doorgestuurd'.
Haar missen is dus een feit. Ze is er echt niet meer en dat accepteer ik uiteraard, want we zijn nu eenmaal sterfelijk, het is niet anders. Ik kan hier helemaal niets aan veranderen.

 

Wat ik wel kan veranderen, is hoe ik nu in het leven sta. Ik ben een kei in mezelf aanpassen, voeg me meestal naar de omstandigheden zoals ze zich voordoen. Steeds vaker merk ik echter dat me dit niet meer zo goed af gaat. Ik wil van deze valkuil af en de jaren die nog voor me liggen een mooie invulling geven en het liefst in goede harmonie met de mensen die mij lief zijn.
Haar overlijden heeft mij hierin gesterkt.

 

Er is dus nog best wel wat werk aan de winkel, en "ach, dat komt vast wel goed kind," zou mijn moeder hierop zeggen, of ze dit nu zelf geloofde of niet.

 

 

 

 

 

 

Nieuwe commentaren

15.11 | 21:36

Bedankt voor je reactie Mies. Ik heb nog heel wat foto's te gaan! ;)

...
15.11 | 21:34

Dank je Dani! <3

...
15.11 | 21:33

Blij met je reactie Joke. Dank je wel! xxx

...
15.11 | 21:32

Dank je wel Ellie, blij met je reactie. <3

...