Column

 

De grote kamer in het ziekenhuis had twee bedden die tegenover elkaar stonden. In het midden was aan het plafond een rail bevestigd met daaraan een gordijn die over de gehele breedte van de kamer dichtgeschoven kon worden. Zo leek het net of je in een ruime éénpersoonskamer lag.

 

Vanaf de spoed werd ik hier naar toegebracht, nadat ik eerst negatief getest was op corona. Het was al avond en ik moest nog 24 uur blijven omdat ik gemonitord werd. Ik kon wel vrij in- en uit mijn bed, want het betreffende kastje met de daaraan bevestigde benodigheden voor dit doel, hing om mijn nek. Zo kon de verpleging alles goed opvolgen en was de ergste schrik gelukkig al voorbij. Eerder die dag sloeg mijn hart ineens op hol met daarbij een pittige hoge bloeddruk, ondanks de medicatie die ik al jaren slik. De lichamelijke elektriciteit – bleek later – die voor de juiste geleiding moet zorgen, was verstoord. Het kwam pas weer in het juiste ritme toen ik een kalmeringsmiddel had geslikt. Dat gaf overigens een zalig gevoel, ik heb me tijden niet zo ontspannen gevoeld.

 

Het scheidingsgordijn was dicht toen ik op de kamer arriveerde. Ik had nog geen idee wie zich daar achter bevond, maar er kwam een luid gesnurk vandaan. Ik had dus al een vermoeden dat ik die nacht niet zo goed zou kunnen slapen, maar met zo’n kastje is het sowieso niet zo behaaglijk om te liggen, of vaak om te draaien.

De volgende ochtend kwam ik tot de ontdekking dat het om een oudere dame ging. Zij had iets aan haar voet en ik hoorde haar pijn toen de verpleging met haar bezig was. Het ging om Marja, de verpleging noemde steeds haar naam om haar gerust te stellen. Later op de dag werd ze in de gemakkelijke stoel voor het raam gezet en vroeg de verpleging of ik er bezwaar tegen had om het tussengordijn open te laten. Natuurlijk had ik geen bezwaar, en zo leerde ik Marja beter kennen.

 

Het bleek dat Marja al behoorlijk op leeftijd was en ook heel vriendelijk. Toch kwam ik er al snel achter dat zij een vorm van dementie had, al kon ze heel goed antwoord geven op bepaalde vragen. Ze bleef mij steeds mevrouw noemen. De andere ochtend toen het gordijn weer gesloten was riep ze om de zuster en daar ging ze lang mee door. Ze snapte maar niet hoe ze op de knop moest drukken, ondanks dat ik haar dit steeds liet zien. Daarna riep ze in plaats van de zuster ook wel mevrouw, mevrouw!  Het deed me op bepaalde momenten aan mijn moeder denken, die soms ook een beetje in de war was. Er werd een gevoelige snaar geraakt toen ik de daarop volgende dag naar huis mocht en afscheid van haar nam. Ze moest huilen toen ik vertrok. Ik heb haar even over haar wang gestreeld en gezwaaid bij de deur.

Het was mede door die lieve en tevens kwetsbare blik in haar ogen, dat ik even in mijn eentje op de gang de kluts kwijt, en de draad weer op moest pakken.

Soms gaat de fantasie met mij op de loop. Maar wat is daar mis mee, niets toch? Vanuit fantasie kunnen fantastische ideeën ontstaan, wel of niet realiseerbaar. Van het een komt soms het ander. Nu fantaseer ik over een kleine kerk op een heuvel buiten het centrum van Profondeville in de provincie Namen.

Aan de voet van de kerk bevindt zich een Mariagrot met goed onderhouden, en buiten het hek,  nog wat oudere verweerde beelden. Wil je naar de kerk, dan moet je even klimmen. Dat kan (en deed ik) via de ongelijke stenen trap aan de rechterzijde, waar ik bijna boven even stagneerde en dus even geholpen moest worden. Eenmaal boven zag ik dat ik beter de schuin oplopende weg er naar toe had kunnen nemen. Daar is het risico op vallen in ieder geval wat kleiner.

 

De grot, de kerk en de begraafplaats er omheen bestaat dus echt.  Mijn fantasie begon nadat ik de foto’s van die mooie plek met dat fantastische uitzicht en de bijzonder(e) oude graven op Facebook had geplaatst. Ik schreef daar onder andere dat de kerk te koop staat en dat ik het mij gewoon niet voor kon stellen om zoiets te koop te zetten. Hierop kreeg ik gelijkaardige reacties. En toen gebeurde het dat ik er in gedachten mee aan de haal ging.

 

Want, op  de begraafplaats is ook een urnenhoek en toen we daar langs liepen, zagen we op één van de deurtjes de naam staan van:  Albert Terken -  artiste peintre  1919 – 1992.  Ik heb de naam gefotografeerd en er thuis de nodige informatie bij gezocht en gevonden. Op zich is dat al heel leuk om te doen. Toevallig (toeval bestaat niet?) is er in het najaar van 2019 nog een expositie van zijn werk te zien geweest in Godin, het plaatsje aan de Maas waar wij zo graag komen en die ik ( nu achteraf ) wel heel graag gezien zou hebben. Een en ander is gerealiseerd door een dochter van de schilder.

 

Over dat kerkje dus in Profondeville, en wat daarmee te doen als het verkocht gaat worden. Is er een geldschieter en blijft het zoals het is? Dat zou natuurlijk al geweldig zijn. Maar……stel dat ik het geld had, weet niet eens hoeveel het kost, dan zou ik het ook intact laten. De plaatselijke bewoners zouden er kerkdiensten bij kunnen wonen en met Allerheiligen zou ik het vol laten zetten met bloemen. Daarnaast zou ik er graag een Galerij van maken voor artiesten uit de streek en dan zou ik beginnen om contact te leggen met de dochter van Albert Terken. Want het spreekt voor zich dat de allereerste expositie in dat kerkje van zijn hand moet zijn. De lichtinval in zo’n kerkje is vaak prachtig. En de bezoekers kunnen, zeker bij mooi weer, rustig langs de graven lopen en genieten van het prachtige uitzicht. We zouden zelf in die omgeving een huisje kunnen hebben en een klein atelier voor eigen werk.

 

Tjonge, wat lijkt me dat fantastisch!

Stond de wereld stil, of leek dat maar zo. Tijdens de Corona crisis en die onvermijdelijke lockdown schreef ik het volgende:

 

“Ooit maakte ik een praatje bij de bakker, de slager, of bij de buurvrouw bij een kopje koffie. Ik vond dat heerlijk, en er zijn momenten dat ik dit oprecht mis, en dat komt niet alleen door de crisis waar we momenteel met zijn allen inzitten. Toen ik nog in Nederland woonde had ik meer sociale contacten dan tegenwoordig in Vlaanderen. En ach, het zit ook wel in mij, ik ben ergens wel een einzelgänger. In alle rust kom ik tot schrijven en kan ik allerhande creatieve activiteiten tot uiting brengen. Maar toch zocht ik de mensen vroeger veel vaker op. Nu gaat dit vooral via de sociale media en ik bemerk steeds vaker dat dit niet meer zo veel voldoening geeft als voorheen. Waarschijnlijk door de verplichte social distancing, hoe begrijpelijk ook.

 

Ik vind het een rare wereld momenteel, de wereld is veel stiller geworden om ons heen. Wanneer ik boodschappen ga halen voor ruim een week, om risico op besmetting zo veel als mogelijk is te vermijden, valt het me op hoe rustig ik over kan steken of af kan slaan. Hoewel ook positief, is er veel minder geluid van vliegverkeer, en dat valt echt wel op als je in de omgeving van Brussels Airlines woont. Wel valt het op dat er veel nieuwe daken geplaatst worden in de omgeving, het werk is dus niet helemaal stil gevallen. 

 

Het is een rare, maar wel schonere wereld voorlopig. Stil, en hartstikke droog, ook dat nog. Die lang verwachte regen blijft steeds maar uit. De grenzen zijn nog dicht terwijl ik dit schrijf en mijn Nederlandse familie plus mijn pas geboren achterkleinkind kan ik nog niet in de armen sluiten. Dat steekt! Maar goed, gelukkig kan ik met hen digitaal communiceren en daar maken we dan ook dankbaar gebruik van. Ik mag niet mopperen natuurlijk, want we staan nog elke dag gezond op, hebben ons natje en  droogje en vullen onze dag op onze eigen manier in. Soms een beetje bang, als we iets voelen, maar dat is niet zo abnormaal in deze tijd. Op je hoede zijn en je beschermd weten of voelen is wat er echt toe doet.

 Toch, als ik tegenwoordig het wereldwijde web weer afsluit, lijkt het stiller dan ooit, maar gelukkig kan ik die ook steeds weer openen.”  Tot zover…

 

Inmiddels zijn de meeste grenzen weer open en heb ik mijn achterkleinkind echt in de armen kunnen sluiten en mijn kinderen en kleinkinderen weer ontmoet. De wereld staat dus niet stil, dat leek maar zo. Dat ook anderen behoefte hadden aan echt contact, was te merken aan de samenscholing van vooral jongere mensen die demonstreerden en/of gingen feesten zonder de vereiste afstand te bewaren. Het is ook nog steeds te droog, zeker nu met de eerste hittegolf.

 

Ik blijf daarom de stilte - en de koelte -  omarmen, want niet alleen die koperen ploert, maar zeker dat verraderlijke monster ligt nog steeds op de loer.  

 

 

 

Vanuit een dierbare herinnering verlang ik naar de mogelijkheid om stervende personen weer te mogen aanraken in de toekomst. Het Corona virus heeft de mens de oorlog verklaart en er sterven nu dagelijks mensen die niet zonder al die toeters en bellen in de vorm van mondkapjes, beschermende schorten en handschoenen aangeraakt mogen worden. Ook zo’n doorzichtige ‘ ruimtecapsule ’ draagt hieraan bij.

 

Toeters en bellen, ik weet het, dat klinkt waarschijnlijk niet zo respectvol, het beschermt de mensen in de zorg, het is nodig om het virus in bedwang te houden, of liever, te weren. Niemand wil dat angstaanjagende virus oplopen. Het is de onzichtbare vijand, die langzamerhand de macht wil overnemen. Ik begrijp die maatregel maar al te goed.

 

Mijn herinnering gaat terug naar de herfst van 2018. Mijn moeder woonde op dat moment in een woonzorgcentrum en was ziek. We wisten dat ze niet meer beter zou worden en uiteindelijk kwam ze in de terminale fase van haar leven terecht. Juist op de dag dat ik de toestemming kreeg om haar over te plaatsen naar een Hospice kreeg ik te horen dat haar afdeling in quarantaine geplaatst moest worden omdat er bij haar MRSA was vastgesteld. De verhuizing en daarmee de kans op een kleinschalige en meer persoonlijke begeleiding was daarmee verkeken, want vanaf dat moment moest iedereen die in contact kwam met haar, beschermende schorten dragen, plus mondkapjes en bij ieder bezoek en vertrek de handen ontsmetten.

 

Gelukkig kon ik volstaan met alleen het ontsmetten van mijn handen en daar ben ik nog steeds dankbaar voor. Stel dat ze nu nog had geleefd, dan had ik haar niet dagelijks een zoen kunnen geven, mijn gezicht steeds dicht bij het hare kunnen houden en haar niet op het allerlaatste moment door haar haren kunnen strelen.

 

Soms lees je iets dat linkt aan een gebeurtenis uit je eigen leven. Het boek is er niet op uitgezocht, maar ineens is er een herkenning. Is het toeval of ‘moest’ je het lezen en/of tegenkomen op dat bewuste moment. Hoe ga je hier dan mee om, ga je erover piekeren of laat je het verder voor wat het is.

Het kan natuurlijk de gave van de auteur zijn, want niets menselijks is ons vreemd. Ik blijf het bijzonder vinden hoe een verhaal zich ineens voor je ogen gaat afspelen. Het ‘leest als een trein’ is niet voor niets een goed gezegde.

 

Zo heb ik laatst twee boeken gelezen van Diney Costeloe, een Engelse auteur. Ze heeft inmiddels vier historische romans op haar naam staan die raakvlakken hebben met de 1e en of 2e wereldoorlog. Nu is het niet mijn bedoeling om over de inhoud te schrijven, maar over de manier waarop het geschreven is, de reden waarom het me zo raakt. Bij het eerste boek kreeg ik ergens in het verhaal de neiging het boek tegen de grond te smijten. Ik werd er zo door gegrepen dat het me naar de keel vloog en daarom deze reactie bij mij teweeg bracht. Gelukkig kon ik me beheersen, maar ik voelde het in elke vezel van mijn lichaam.

Ook in dat andere boek van haar verloor ik mij in de personages en de onrechtvaardigheden die ik er in tegenkwam. Zoiets kan je ook treffen als je naar een goede film kijkt. Na afloop kijk je dan verdwaasd om je heen en wil je nog even niet geloven dat je weer in het hier en nu terug gekomen bent. Bij een film of serie wordt je tussendoor even wakker geschud door de reclame of een cliffhanger en bij een boek krijg je het vage besef dat je na nog even dat ene hoofdstuk gelezen te hebben toch echt moet gaan koken, of iets dergelijks.

 

Erg aangrijpend dus, maar gelukkig kon ik na het lezen weer verder met mijn eigen gedoetjes, het neemt me niet meer zo in beslag als vroeger.

Toen kon ik daar dagen mee rond blijven lopen, zelfs zo dat ik voorlopig geen boek meer wilde lezen. Dat is nu wel anders, ik kan het nu veel beter relativeren.

Ondertussen heb ik wel enkele steekwoorden opgeschreven, omdat het me weer eens aan het denken heeft gezet om zelf te gaan schrijven.  

Mijn lijstje van steekwoorden bevat onder andere de woorden herinneren, accepteren en loslaten, en ja, ook enige frustratie. Tussen deze woorden schuilt ergens wel een levensverhaal - denk ik - al weegt een enkel woordje wel wat zwaar nu ik het zo terug lees in mijn tekst. Ik hou het ook graag wat luchtig, dus moet ik naarstig op zoek naar de woorden die de juiste toon kunnen zetten in het geheel.

 

Ik besluit echter eerst nog die twee resterende boeken te gaan lezen van deze auteur, om er vervolgens weer in te mogen verdwijnen, want eerlijk is eerlijk, het is eigenlijk best een fijn uitstel voor het schrijven van die van mij.   

 

 

 

 

Nieuwe reacties

28.08 | 19:53

Dank je wel voor je begripvolle reactie An. Fijn, dat je jouw reactie in twee delen kon plaatsen. Lieve groet! xx

...
28.08 | 14:38

gelukkig kon jij vlug naar huis en is alles onder controle
ik moet in twee delen antwoorden want het kon er niet bij

...
28.08 | 14:37

heel begrijpelijk, want de situatie met het dametje was herkenbaar voor jou, soms komt iets zo herkenbaar binnen en zijn de tranen daar weer

...
27.08 | 13:41

Dank je wel Ankie. xxx

...