Column

Moe

Er is een vrouw die al een tijdje uit mijn gezichtsveld is verdwenen, maar die ik nooit zal vergeten. Heel lang was ze vrouw Janse, mijn overbuurvrouw en ik herinner me een groot en vooral rommelig gezin. Eén van de gezinsleden met wie ik veel contact had in die tijd, was mijn vijf jaar oudere buurmeisje.  Zij werd onbewust de aanleiding naar een volgende belangrijke stap in mijn leven, want op een zeker moment  viel mijn oog op haar oudere, artistieke broer.

 

Voor de vader van het gezin was ik wat huiverig toen ik er al als jong school- en buurmeisje over de vloer kwam, want hij was een wat nors kijkende, magere man. De moeder was altijd aanwezig, soms stil op de achtergrond en een enkele keer luidruchtig. Ze leek behoorlijk aan huis gekluisterd , ook toen haar man na enige tijd overleed. Hij was de voorafgaande jaren zwaar astmatisch geweest, waarschijnlijk één van de redenen waarom hij niet zo vrolijk door het leven ging.

 

Van de moeder herinner ik me vooral haar speciale loopje met de wandelstok. Niet omwille van een mooie houding, maar meer van het niet anders kunnen. Zij liep moeilijk vanwege een versleten heup, waarschijnlijk overgehouden na het baren van acht kinderen, maar zeker weten doe ik dit niet. Ze kon op straat echt niet zonder dit hulpmiddel, en wanneer zij binnenshuis voor het gezin de tafel dekte, iets inschonk of andere huishoudelijk taken wilde verrichten, steunde ze soms even zonder haar stok, maar wel zwaar met één hand op de rand van een tafel, stoel of het aanrechtblad.

 

Ik kan me haar niet voor de geest halen met een volledig gebit, en naarmate de jaren verstreken, verdwenen er steeds meer tanden. Uiteindelijk hield ze er maar een paar over. De haren die sluik langs het hoofd hingen, maakten dat ze er wat onverzorgd en slobberig uitzag. Ook haar lichaamsvorm veranderde in de loop van de tijd. Vooral rond de buik en de heupen, waardoor haar rok wat scheef kwam te hangen. Ze zette haar rechtervoet met de aangepaste schoen die ze inmiddels droeg bij het lopen iets naar buiten en keek soms verbeten, maar wel recht en doelbewust voor zich uit. “Heks!” riepen enkele buurkinderen soms naar haar, wanneer ze zich eens buiten waagde om ergens een kopje koffie te gaan drinken.

 

Ik weet nog, dat ze verdrietig werd vanwege het feit dat ze ‘heks’ genoemd werd. Echter, veel klagen deed ze niet. “Ach, onkruid vergaat niet,” werd haar vaste lijfspreuk. Ze was een taaie, een echte Zeeuwse taaie. Toch kwam er later, na een aantal rustige jaren in een bejaardentehuis ook aan dit leven een einde. Haar laatste levensjaren heb ik echter niet meer van zo dichtbij meegemaakt, omdat ze na mijn huwelijk met zoon P. uiteindelijk mijn ex-schoonmoeder werd, maar ze bleef oma van onze twee zonen. En daarom ben ik haar altijd moe, moe Janse blijven noemen.

 

 

 

 

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.be
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Christien | Antwoord 11.11.2013 14.20

Gefeliciteerd met je mooie website! En deze column.... blijft prachtig

Jannie Harmsen 11.11.2013 14.44

Bedankt voor je reactie en compliment Christien!

Jannie Harmsen | Antwoord 30.10.2013 14.32

Dank je David!

David Manstra | Antwoord 30.10.2013 13.05

Goed hoor Meid!

Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

13.07 | 14:53

Wat leuk dat je het hebt opgezocht Ciska. De omgeving is ook prachtig en ook daar al vakantiegangers gezien die foto's maakten van het kerkje. :) xxx

...
13.07 | 14:50

We zijn er gisteren nog even geweest Anne. Weer even de sfeer proeven en een (leegstaande) galerie ontdekt. Inderdaad het idee al. :) xxx

...
13.07 | 11:51

Gegoogeld op Albert Terken. Prachtige schilderijen. Die kleuren! En op internet het kerkje en de Mariagrot in Profondeville bekeken. Vakantie vanaf de bank!

...
13.07 | 11:13

Ik loop er helemaal warm voor, Jannie. Ik kan me helemaal voorstellen hoe gelukkig je ervan wordt, alleen al van het idee! XXX

...
Je vindt deze pagina leuk