Column

Dagloners....

« Wat een schooiers ! » riep ik toen ik als klein meisje de foto onder ogen kreeg van een groepje mensen in een bos. Er werd smakelijk om mijn reactie gelachen terwijl me ondertussen verteld werd wie er op stonden. Ik kan me nog herinneren dat ik het een aparte foto vond, maar verder werd er niet veel mee gedaan. Zo af en toe kwam de afbeelding nog eens ter sprake, als er iets gezocht werd in kast of lade. Maar dat het de tand des tijds doorstaan heeft, daar prijs ik mezelf heel gelukkig mee, want de personen op het plaatje maken deel uit van een eekschillers familie. Mijn familie van moederskant. Bosjesmensen!

 

Ja, zo zou je ze heel oneerbiedig kunnen noemen. Liever kies ik voor de term hardwerkende mensen in een beroep dat nu al lang niet meer bestaat, het eekschillen door dagloners.

Eekschillen is eigenlijk niets anders dan het ‘schillen’ van eiken. Eikschillen dus eigenlijk. Op verschillende plekken in Noord-Nederland zie je ze nog, de hakhoutbossen van vroeger. Op de Veluwe, in de Friese Wouden, Drenthe en de kop van Overijssel, maar ook in de rest van Nederland was het de manier voor arme boeren en arbeiders om vroeg in het seizoen wat geld te verdienen.

 

Helaas is de geschiedenis van mijn overgrootvader en zijn familie niet verteld door zijn dochter, die rechts op de foto zit. ( De grotere foto staat onder dit blog) Ze had het me kunnen vertellen, want het is mijn opoe, maar ze overleed toen ik zelf nog maar een meisje van dertien jaar was. Het kwam er niet van, maar het heeft me echter nooit losgelaten, het armoedige gezin fascineerde me enorm en daarom ben ik op zoek gegaan naar informatie. Mijn oom bleek er nog het meeste van af te weten, hij is zelf ook vaak in het bos te vinden, niet als hakker, maar als natuurliefhebber en gids. Daarnaast heb ik verschillende bronnen aangeboord om informatie los te peuteren. Gelukkig was een en ander nog voorhanden bij de oudheidskamer in Nunspeet, de woonplaats van mijn voorouders. Ook mijn geboorteplaats.

 

Als ik bij de foto sta die nu in mijn kamer hangt, mooi uitvergroot en ingelijst, dan probeer ik er steeds even ‘bij’ te zijn. Dan ‘sta’ ik in dat bos, bekijk ze aandachtig en wil ik zien en weten wat ze doen! Er is dan maar even tijd om met me te praten, omdat ze ‘s ochtends al om half vier opgestaan zijn om ‘in het hout’ te gaan. Mijn opoe Jannetje doet haar verhaal. Zijzelf slaat de schillen los van de stammetjes die om haar heen liggen. Ze zit in een kuil met daarin een balk van beukenhout waarop ze met de stammetjes kan slaan. Vanwege de kuil zit ze toch mooi rechtop, want dit is vooral het werk van de vrouwen en de kinderen. De mannen doen het zwaardere werk. Haar vader (Jan Mol), mijn overgrootvader dus, zeult een grote boomstam op zijn schouder. Haar moeder was ziek op dat moment of overleden, dat is me helaas niet helemaal duidelijk geworden, ze spraken natuurlijk nog in het Veluws dialect!

 

Tijdens dit ‘bliksembezoekje’ wil ze nog wel even kwijt dat de man met de zaag een oom van haar is en de vrouw een tante. De andere kinderen zijn broers en/of zusjes.

Het werk kan alleen gedaan worden vanaf het moment dat in het voorjaar de sapstroom in de bomen op gang komt. Dit duurt tot ongeveer eind juni, daarna laat de bast moeilijker los. De bast gaat naar de leerlooierijen en wordt vermalen tot run (gemalen eikenschors). De kale stammetjes worden verkocht aan bakkers voor het stoken van de broodovens.

 

Wat ze die dag zullen eten? Jannetje kijkt eens naar haar tante en ziet dat deze nog geen aanstalten gemaakt heeft voor de gezamenlijke hap. De dag ervoor aten ze bruine bonen en aardappelen. Misschien vandaag wel weer (rijst)pap die van de geitenmelk wordt gemaakt. Gisteren kon dat niet, want de ketel waar de pap in zat hing aan een hengsel die bevestigd was aan stevige takken boven een stapel hout die als vuurstapel diende. Eén van de geiten was echter losgebroken en tijdens de vlucht met haar kop door het hengsel geschoten en er met ketel en al vandoor gegaan!

 

Ik keer weer terug in de tijd. Het heeft allemaal plaatsgevonden, maar het is zo jammer dat ik het niet uit haar eigen mond kon horen.

Wat het slapen betreft, dat ritueel vond plaats in een oude boerenschuur of in hutjes van rijshout en plaggen.

 

Dit stukje geschiedenis van mijn eekschillers familie speelde zich af, ergens tussen 1910 en 1940. Maar ik ben wel blij dat deze werkzaamheden tot het verleden behoren. Ik slaap toch liever in mijn eigen bedje!

 

 

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.be
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

13.07 | 14:53

Wat leuk dat je het hebt opgezocht Ciska. De omgeving is ook prachtig en ook daar al vakantiegangers gezien die foto's maakten van het kerkje. :) xxx

...
13.07 | 14:50

We zijn er gisteren nog even geweest Anne. Weer even de sfeer proeven en een (leegstaande) galerie ontdekt. Inderdaad het idee al. :) xxx

...
13.07 | 11:51

Gegoogeld op Albert Terken. Prachtige schilderijen. Die kleuren! En op internet het kerkje en de Mariagrot in Profondeville bekeken. Vakantie vanaf de bank!

...
13.07 | 11:13

Ik loop er helemaal warm voor, Jannie. Ik kan me helemaal voorstellen hoe gelukkig je ervan wordt, alleen al van het idee! XXX

...
Je vindt deze pagina leuk