Column

De diverse fases in je leven gaan net zo snel voorbij als een nacht goed slapen. Een zin die spontaan in mijn hoofd schiet, wanneer ik aan een beeld herinnerd wordt uit de tijd dat mijn kinderen nog klein waren. Is dat echt al zo lang geleden? Hoe kom ik hier nu op, en waarom maak ik dit nu wereldkundig.

 

Het gebeurt me vaker dat ik ‘overvallen’ wordt door filosofische gedachten. Ik weet overigens niet zeker of ik dit wel filosofisch kan noemen, het gebeurt gewoon. Hele uiteenzettingen en mooie zinnen doemen op in mijn hoofd  die ik vervolgens ergens een plaatsje zou willen geven. Het punt is alleen, wanneer ik er niet direct een notitie van maak, of er kortom gewoonweg de tijd niet voor neem om ervoor te gaan zitten, dan spat het beeld als een zeepbel uiteen. Of het ebt langzaam weg, net als twee vingers  die boven een moeras uitsteken en langzaam helemaal uit beeld verdwijnen. Dit zag ik ooit eens in een film, een thriller waarschijnlijk. Echter, mijn wegzakkende  beelden zijn niet eng, maar het is soms wel jammer dat het weer verdwijnt.  

 

Wanneer je met een goed gevulde rugzak een stevige wandeling maakt, dan hoor je het meegenomen water in de flessen klotsen. Met de denkbeeldige rugzak werkt het eigenlijk precies zo, bedenk ik me juist. Soms wordt er iets getriggerd waardoor de boel ineens in beweging komt. Meestal als je juist met de simpelste dingen des  levens bezig bent en- niet ondenkbeeldig- op de automatische piloot. Deze laatste is overigens wel een beetje gevaarlijk wanneer je auto rijdt bijvoorbeeld, want dan moet je je kop er goed bijhouden, zeker op de langere afstand die je gewoonte getrouw bent te nemen. Om mijn eigen gedachten in toom te houden zet ik dan bewust - als het navigatie systeem er tenminste niet doorheen kan blèren,-  mijn autoradio aan, anders ben ik de tunnel al ongemerkt doorgereden, of ik vergeet de afslag te nemen  naar rechts. Het is me al eens gebeurd, dat ik op de terugweg naar België, ineens het bruine bordje met de naam Planckendael zag staan en me tegelijkertijd realiseerde dat ik er voorbij reed. Toen moest ik via een drukke verkeersader weer terug zien te komen, wat dan wel weer goed is voor je ervaring in het drukke wegverkeer natuurlijk.  

 

Maar, om op het begin van mijn tekst terug te komen, daarmee bedoel ik de tijdspanne. Tijd? Panne, spanne, wat een raar woord eigenlijk. Woordenboek! Kijk, dat bedoel ik nu. Ook zoiets, teveel keus aan woorden. Schrijven is schrappen.

 

Hoe dan ook. Wanneer je in bed stapt en niet kunt slapen omdat je teveel ligt te woelen vanwege de ideeën die in je hoofd opdoemen, dan lijkt de tijd langer te duren tot de volgende ochtend. De tijd gaat echter niet sneller of langzamer dan anders. Maar wanneer je als een blok in slaap valt en je ogen de andere dag weer openslaat, dan heb je er geen benul van. En zo is het ook in het grote geheel.

 

Want die fase, dat was toch gisteren?

 

Ik droomde…..

…….dat mijn dochter en ik ergens buiten liepen, het had iets weg van een park en het was een wat rommelig geheel. De wandeling liep over diverse zandpaadjes. Ergens in het gesprek dat we tegelijkertijd met elkaar voerden, zag ik vanuit mijn linkerooghoek tot mijn verbazing haar vader op een bankje zitten, vanaf de rug gezien.

 

Ik zei, “hé je vader zit daar, loop er maar even naar toe”, en liep met haar mee al bleef ik wel op enige afstand. Maar eenmaal dichterbij bleek het niet haar vader maar haar oudste tante te zijn. Mijn verbazing werd nog groter toen ik zag dat zij in uiterlijk ineens heel sprekend op haar broer leek, wat normaal niet het geval is. Hoe dan ook, we werden heel hartelijk begroet, ze stond op en liep met ons mee.

 

Even later bevonden we ons in een ijssalon, het interieur was hier en daar licht, maar het meest donkerbruin en ik zag mensen aan lange tafels zitten met dezelfde kleurschakeringen. Her en der stonden gekleurde ijscoupes op de tafels, maar ook diverse lege exemplaren en sommige zelfs met gedeeltelijk gesmolten ijs erin. We deden onze bestelling en ineens waren we met een grotere groep, die op de één of andere manier bij ons hoorde. De ijscoupes werden geserveerd en ik had er één in een neutrale kleur. Ik weet niet meer of dit ijs grijs, lichtbruin of een andere vreemde kleur had, maar het begon al te smelten voordat ik één hap genomen had. Toen ik mij even omdraaide om de omgeving in mij op te nemen en daarna weer terugdraaide, was mijn ijs ineens verdwenen. Ik snapte er niets van!

 

De groep adviseerde mij een nieuwe bestelling te doen en dat deed ik dan maar. Het duurde en duurde maar, net zolang totdat de groep steeds meer uitdunde en ik uiteindelijk alleen overbleef. Ik dreigde in paniek te raken, maar liet dit niet toe en wachtte netjes af.

Uiteindelijk kreeg ik hetzelfde ijs weer voor ogen, precies dezelfde die ik eerst voor mijn neus had staan. Inmiddels was het erg stil geworden in de salon, maar ik begon toch van het ijs te eten. Hoe ik uiteindelijk de salon verlaten heb, dat weet ik niet meer. Waarschijnlijk werd ik wakker van de jankende hond bij één van onze buren verderop in de straat. Alleen gelaten zeker en last van de warmte?

 

Wat moet je nu met zo’n droom, meestal onthoud ik ze niet, waarom nu dan wel? Vermoedelijk door het lezen van een boek voor het slapen gaan, of de terugblik op mijn verleden in mijn vorige column, die van de scheidslijnen. Of vanwege het feit dat mijn dochter gaat trouwen en ik haar familieleden van vaders kant terug ga zien. Misschien vind ik dit wel spannend. We zullen zoals we ooit eerder deden wellicht weer met elkaar dineren aan lange tafels, of een andere opstelling.

 

En misschien krijgen we wel ijs als nagerecht. Hopelijk heel lekker ijs, want het ijs uit mijn droom, geloof me, dat smaakte echt naar niets!

 

 

En we zijn er mee weg, we zijn vertrokken ! Vandaag gaf ik iemand achtergrondinformatie over mijn verleden. Niet over mijn persoonlijke wel en wee, maar over de plaatsen waar ik geboren, getogen en gewoond heb.

 

Er werd mij onder andere gevraagd welke plaats ik het leukst vond om te wonen. Eigenlijk heb ik daar nooit zo over nagedacht. Is het me dan gewoon overkomen? In zekere zin wel ja, bedacht ik ineens. Gelukkig bezit ik de gave om mezelf in nieuwe situaties aan te passen. Ik zoek altijd een uitweg wanneer ik een nieuwe weg ben ingeslagen.

Het kwam vroeger nooit in mij op om te verhuizen, ik was geboren en getogen in een dorp op de Veluwe. Ik kreeg er mijn twee zonen uit mijn eerste huwelijk. In ging ervoor, al was ik jong!

 

Toch kwam de eerste scheidslijn in zicht en verhuisde ik na enige tijd naar de Noordoostpolder. Iemand uit mijn vriendenkring vroeg me toen wat ik toch te zoeken had in die kale polder. De polder bleek helemaal niet kaal, bovendien was de afstand ook heel goed te doen, zo’n drie kwartier heen en terug met de auto (gelukkig had ik toen net mijn rijbewijs) om mijn ouders, familie- en vrienden te bezoeken en/of te ontvangen. Mijn jongens verhuisden natuurlijk mee en met de geboorte van mijn dochter, een paar jaar later, kregen zij er een zusje bij. Inmiddels zijn mijn kinderen volwassen, maar ergens tussenin ontstond  een tweede scheidslijn, als gevolg van de scheuren die er in de loop van de tijd ontstonden. Voor mij zijn het nu afgesloten hoofdstukken,  want omkijken heeft geen zin. Ieder mens draagt op een gegeven moment zijn of haar eigen rugzakje met zich mee. Bij de één zal deze wat voller zijn dan bij de ander, maar omdat ik geen zin heb om een zoutpilaar te worden, kijk ik liever in positieve zin vooruit. Daarom gooi ik mijn rugzakje nog niet weg natuurlijk, want er zit ook nog veel van goede waarde in.  

 

Deze tweede lijn bracht mij en mijn dochter in eerste instantie naar een andere plaats in de polder, een stad deze keer. Na tien jaar kwam de volgende scheidslijn in beeld wat het wonen betrof, want scheiden kan op veel manieren, gezien het feit dat mijn jongens ook al uitgevlogen waren. Dochter verhuisde voor haar studie naar een kamer in Zeist, omdat zij in Utrecht ging studeren. Mede hierdoor kwam ik op het punt om over te stappen, vanwege mijn huidige relatie, al kostte me dit vanwege de grote afstand wel iets meer moeite dan de keren daarvoor.

 

Toch heb ik ook deze knoop doorgehakt, al rijd ik niet in drie kwartier meer heen en terug om mijn familie en vrienden te bezoeken. De reistijd bedraagt nu als het meezit zo’n twee-en een half uur. De scheidslijn werd een grenslijn, maar is mede door de echte bruggen best te overbruggen tussen Nederland en België.

 

Scheidslijnen, ze zullen er altijd zijn, alleen blijf ik er nu even bij weg! 

 

 

 

Vandaag ben ik mijn indrukken van gisteren aan het verwerken, en omdat het alweer een tijdje geleden is dat ik een column schreef, leek me dit wel een goed moment.

Er is mij wel eens gevraagd om iets over handboekbinden te schrijven, over mijn opleiding die ik inmiddels al zes jaar volg bij het IKA (Instituut kunst en ambacht) in Mechelen, op een steenworp afstand van mijn huidige woonplaats in Vlaanderen.  

 

Naast deze opleiding ben ik dit jaar een online-cursus gaan volgen, te weten “binden en banden” , gewoon om even iets verder te kijken dan mijn neus lang is. In Mechelen leren we het handboekbinden op zeer ambachtelijke wijze in een oud en historisch pand van voorheen een meisjesschool. We werken in een groot lokaal met hoog plafond en hoge ramen aan lange tafels aan onze kunstwerken. Tenminste, dat is de bedoeling, dat je uiteindelijk een boek maakt waar je je ziel en zaligheid in kwijt kunt. Daar komt veel bij kijken, dit doe je niet ‘zomaar’ even.

 

We leren in eerste instantie iets over de geschiedenis van het papier, de soorten, de kwaliteit en het gebruik. Ook komen er diverse bekledingen voor de omslag van het boek aan de orde, zoals bijvoorbeeld linnen of leer.

 

Dan volgt er een gedegen kennismaking met grote machines, zoals de bordschaar die ik in het begin nogal eng vond vanwege het lange mes aan een hefboom. Inmiddels ben ik er al aardig mee vertrouwd, want het is een heel handig hulpmiddel om de hoeken goed haaks te snijden. Een scheef boek, te kort of te lang is niet de bedoeling, tenzij het artistiek van pas komt natuurlijk. Dan zijn er nog de persen, waarvan ikzelf de grote slagpers het indrukwekkends vind. Hieronder kan een flinke stapel boeken tussen planken en onder gewicht van het ‘hart’ tot mooie strakke resultaten afgeperst worden. Maar ook de kleinere handpersen zijn fijn in gebruik voor de luttele seconden die soms nodig zijn om een snelle verlijming tot stand te brengen.   

 

Ook klein materiaal krijgt de aandacht, zoals een goede liniaal, nooit van hout maar van metaal. Hamers voor de rondingen van de rug, lijmsoorten, zoals stijfsel en boekbinderslijm en een mix hiervan. Vouwbenen van echt been en te schuren net zolang je de juiste vorm hebt voor het fijnere werk. We maken dozen, halen hele boeken, beschadigd of niet, uit elkaar om te verwerken tot boeken die door de naaiwijze met het juiste garen en de juiste binding een naam krijgen, zoals bijvoorbeeld de Franse band.

 

Thuis deed ik er weinig mee, omdat de ruimte en het materiaal me ontbrak. Bovendien zocht ik naar inspiratie om mijn ervaring van bovenstaande in te kunnen vullen. Die vond ik dus onlangs in de online cursus van Inge van den Thillart. In tien lessen herkende, ontdekte en zag ik een heel mooie aanvulling op bovengenoemde ambachtelijke opleiding.

 

En om nu op gisteren terug te komen, we sloten deze online cursus af met een klein groepje. We maakten kennis, toonden onze creaties en genoten van een leuke en leerzame rondleiding in museum Meermanno, huis van het boek in Den Haag.

 

En uiteraard helemaal live! 

Onze autoradio staat regelmatig aan als we op weg zijn om een leuk plekje te zoeken voor een wandeling. Zonder al te veel gekraak en geknetter luister ik graag naar mooie muziek waarbij er soms een nummer voorbij komt die een herinnering bij me oproept en ervoor zorgt dat mijn armen even in een kippenvel veranderen. Een enkele keer pink ik daar dan, het liefst ongezien, een traantje bij weg.


Maar soms wordt zo’n nummer bruusk onderbroken door het nieuwsbericht dat elk uur wordt uitgezonden. Dit zijn kortere berichten dan het dagelijkse journaal op de televisie. In de auto is het nieuws soms moeilijk te volgen door de invloeden van het verkeer van buitenaf, de wind of het geluid van de motor.
Wanneer er echter even ergens gestopt moet worden, dan versta je soms net iets meer. Zo viel ik laatst dan ook bijna van verbazing achterover in mijn autostoel bij het horen van een dergelijk nieuwsbericht.
Er was een namelijk een onderzoek gedaan. Nu gebeurt zoiets wel vaker en eigenlijk heeft dit niet vaak mijn aandacht, maar deze keer dus wel. Het ging om percentages, maar eerlijk gezegd waren het niet deze punten die mijn aandacht trokken. Het waren een paar woorden die in de loop van het gesprek ook nog eens herhaald werden. De rest ging grotendeels aan mij voorbij.


Net zoals in de muziek kunnen woorden me raken. Soms tot ontroering, maar ze kunnen ook verontwaardiging oproepen, zoals nu. Ik vroeg me af hoe het mogelijk was dat deze woorden nog gebruikt worden en was dan ook vastbesloten om er eenmaal weer thuis het woordenboek op na te slaan. En ja, daar stond het wel in beschreven. Maar voor mij voelde het kwetsend. Er werd ook gesproken over recht geldende financiële feiten, genomen door personen in de huwelijkse staat.
Een paar dagen later werd de film Olivier Twist uitgezonden. Deze wilde ik graag eens helemaal uitkijken, want in het verleden zag ik flarden van de film doordat het of al even bezig was, of bijna afgelopen bij het inschakelen of het zappen met de afstandsbediening. Daarbij, ook gezamenlijke interesses voor dergelijke programma’s lopen niet altijd gelijk. Maar nu gingen wij er even goed voor zitten. Olivier Twist is in dit oude verhaal een weeskind en de jonge knaap wordt daar in eerste instantie flink op afgerekend. Arm en rijk, goed en kwaad, de tegenstellingen komen in het leven van deze jonge knaap hard aan.


En nu kom ik weer terug op die paar woorden die me zo raakten, want hoewel ik geen wees ben, was ik het ooit half. Mijn moeder beviel van mij op 21 jarige leeftijd van de man waarvan ze hield, maar waarmee ze niet mocht trouwen. Mijn biologische vader was toen al heel ziek en overleed toen ik nog maar één maand oud was. Wij hebben elkaar nooit gezien. Een jaar later trouwde mijn moeder met Joop en deze heeft mij als eigen kind en met veel liefde in zijn armen gesloten. Ik heb mij hierdoor gelukkig nooit het onderwerp uit het bewuste onderzoek gevoeld.


De nieuwslezeres sprak over onechte kinderen.

Nieuwe commentaren

29.01 | 13:57

Dank voor je fijne compliment Loes! Hartelijke groet en dank voor je reactie.

...
29.01 | 13:28

Prachtig verhaal en wat heb jij veelzijdige interesse maar ook beide heel veel waard Jij mag trots op je zelf zij Jannie !!

...
04.11 | 11:50

Dat klopt Mies, ooit zag ik op tegen dat kantelmoment, maar ik bemerk dat ik het nu gewoon oppak en inderdaad met liefde en toewijding. Dank voor je reactie. :)

...
03.11 | 20:21

Op een moment kantelt het. Dat is niet altijd gemakkelijk en eenvoudig. Volgens mij neem je die rol met liefde en toewijding op je.

...