Column

Stond de wereld stil, of leek dat maar zo. Tijdens de Corona crisis en die onvermijdelijke lockdown schreef ik het volgende:

 

“Ooit maakte ik een praatje bij de bakker, de slager, of bij de buurvrouw bij een kopje koffie. Ik vond dat heerlijk, en er zijn momenten dat ik dit oprecht mis, en dat komt niet alleen door de crisis waar we momenteel met zijn allen inzitten. Toen ik nog in Nederland woonde had ik meer sociale contacten dan tegenwoordig in Vlaanderen. En ach, het zit ook wel in mij, ik ben ergens wel een einzelgänger. In alle rust kom ik tot schrijven en kan ik allerhande creatieve activiteiten tot uiting brengen. Maar toch zocht ik de mensen vroeger veel vaker op. Nu gaat dit vooral via de sociale media en ik bemerk steeds vaker dat dit niet meer zo veel voldoening geeft als voorheen. Waarschijnlijk door de verplichte social distancing, hoe begrijpelijk ook.

 

Ik vind het een rare wereld momenteel, de wereld is veel stiller geworden om ons heen. Wanneer ik boodschappen ga halen voor ruim een week, om risico op besmetting zo veel als mogelijk is te vermijden, valt het me op hoe rustig ik over kan steken of af kan slaan. Hoewel ook positief, is er veel minder geluid van vliegverkeer, en dat valt echt wel op als je in de omgeving van Brussels Airlines woont. Wel valt het op dat er veel nieuwe daken geplaatst worden in de omgeving, het werk is dus niet helemaal stil gevallen. 

 

Het is een rare, maar wel schonere wereld voorlopig. Stil, en hartstikke droog, ook dat nog. Die lang verwachte regen blijft steeds maar uit. De grenzen zijn nog dicht terwijl ik dit schrijf en mijn Nederlandse familie plus mijn pas geboren achterkleinkind kan ik nog niet in de armen sluiten. Dat steekt! Maar goed, gelukkig kan ik met hen digitaal communiceren en daar maken we dan ook dankbaar gebruik van. Ik mag niet mopperen natuurlijk, want we staan nog elke dag gezond op, hebben ons natje en  droogje en vullen onze dag op onze eigen manier in. Soms een beetje bang, als we iets voelen, maar dat is niet zo abnormaal in deze tijd. Op je hoede zijn en je beschermd weten of voelen is wat er echt toe doet.

 Toch, als ik tegenwoordig het wereldwijde web weer afsluit, lijkt het stiller dan ooit, maar gelukkig kan ik die ook steeds weer openen.”  Tot zover…

 

Inmiddels zijn de meeste grenzen weer open en heb ik mijn achterkleinkind echt in de armen kunnen sluiten en mijn kinderen en kleinkinderen weer ontmoet. De wereld staat dus niet stil, dat leek maar zo. Dat ook anderen behoefte hadden aan echt contact, was te merken aan de samenscholing van vooral jongere mensen die demonstreerden en/of gingen feesten zonder de vereiste afstand te bewaren. Het is ook nog steeds te droog, zeker nu met de eerste hittegolf.

 

Ik blijf daarom de stilte - en de koelte -  omarmen, want niet alleen die koperen ploert, maar zeker dat verraderlijke monster ligt nog steeds op de loer.  

 

 

 

Vanuit een dierbare herinnering verlang ik naar de mogelijkheid om stervende personen weer te mogen aanraken in de toekomst. Het Corona virus heeft de mens de oorlog verklaart en er sterven nu dagelijks mensen die niet zonder al die toeters en bellen in de vorm van mondkapjes, beschermende schorten en handschoenen aangeraakt mogen worden. Ook zo’n doorzichtige ‘ ruimtecapsule ’ draagt hieraan bij.

 

Toeters en bellen, ik weet het, dat klinkt waarschijnlijk niet zo respectvol, het beschermt de mensen in de zorg, het is nodig om het virus in bedwang te houden, of liever, te weren. Niemand wil dat angstaanjagende virus oplopen. Het is de onzichtbare vijand, die langzamerhand de macht wil overnemen. Ik begrijp die maatregel maar al te goed.

 

Mijn herinnering gaat terug naar de herfst van 2018. Mijn moeder woonde op dat moment in een woonzorgcentrum en was ziek. We wisten dat ze niet meer beter zou worden en uiteindelijk kwam ze in de terminale fase van haar leven terecht. Juist op de dag dat ik de toestemming kreeg om haar over te plaatsen naar een Hospice kreeg ik te horen dat haar afdeling in quarantaine geplaatst moest worden omdat er bij haar MRSA was vastgesteld. De verhuizing en daarmee de kans op een kleinschalige en meer persoonlijke begeleiding was daarmee verkeken, want vanaf dat moment moest iedereen die in contact kwam met haar, beschermende schorten dragen, plus mondkapjes en bij ieder bezoek en vertrek de handen ontsmetten.

 

Gelukkig kon ik volstaan met alleen het ontsmetten van mijn handen en daar ben ik nog steeds dankbaar voor. Stel dat ze nu nog had geleefd, dan had ik haar niet dagelijks een zoen kunnen geven, mijn gezicht steeds dicht bij het hare kunnen houden en haar niet op het allerlaatste moment door haar haren kunnen strelen.

 

Soms lees je iets dat linkt aan een gebeurtenis uit je eigen leven. Het boek is er niet op uitgezocht, maar ineens is er een herkenning. Is het toeval of ‘moest’ je het lezen en/of tegenkomen op dat bewuste moment. Hoe ga je hier dan mee om, ga je erover piekeren of laat je het verder voor wat het is.

Het kan natuurlijk de gave van de auteur zijn, want niets menselijks is ons vreemd. Ik blijf het bijzonder vinden hoe een verhaal zich ineens voor je ogen gaat afspelen. Het ‘leest als een trein’ is niet voor niets een goed gezegde.

 

Zo heb ik laatst twee boeken gelezen van Diney Costeloe, een Engelse auteur. Ze heeft inmiddels vier historische romans op haar naam staan die raakvlakken hebben met de 1e en of 2e wereldoorlog. Nu is het niet mijn bedoeling om over de inhoud te schrijven, maar over de manier waarop het geschreven is, de reden waarom het me zo raakt. Bij het eerste boek kreeg ik ergens in het verhaal de neiging het boek tegen de grond te smijten. Ik werd er zo door gegrepen dat het me naar de keel vloog en daarom deze reactie bij mij teweeg bracht. Gelukkig kon ik me beheersen, maar ik voelde het in elke vezel van mijn lichaam.

Ook in dat andere boek van haar verloor ik mij in de personages en de onrechtvaardigheden die ik er in tegenkwam. Zoiets kan je ook treffen als je naar een goede film kijkt. Na afloop kijk je dan verdwaasd om je heen en wil je nog even niet geloven dat je weer in het hier en nu terug gekomen bent. Bij een film of serie wordt je tussendoor even wakker geschud door de reclame of een cliffhanger en bij een boek krijg je het vage besef dat je na nog even dat ene hoofdstuk gelezen te hebben toch echt moet gaan koken, of iets dergelijks.

 

Erg aangrijpend dus, maar gelukkig kon ik na het lezen weer verder met mijn eigen gedoetjes, het neemt me niet meer zo in beslag als vroeger.

Toen kon ik daar dagen mee rond blijven lopen, zelfs zo dat ik voorlopig geen boek meer wilde lezen. Dat is nu wel anders, ik kan het nu veel beter relativeren.

Ondertussen heb ik wel enkele steekwoorden opgeschreven, omdat het me weer eens aan het denken heeft gezet om zelf te gaan schrijven.  

Mijn lijstje van steekwoorden bevat onder andere de woorden herinneren, accepteren en loslaten, en ja, ook enige frustratie. Tussen deze woorden schuilt ergens wel een levensverhaal - denk ik - al weegt een enkel woordje wel wat zwaar nu ik het zo terug lees in mijn tekst. Ik hou het ook graag wat luchtig, dus moet ik naarstig op zoek naar de woorden die de juiste toon kunnen zetten in het geheel.

 

Ik besluit echter eerst nog die twee resterende boeken te gaan lezen van deze auteur, om er vervolgens weer in te mogen verdwijnen, want eerlijk is eerlijk, het is eigenlijk best een fijn uitstel voor het schrijven van die van mij.   

 

 

 

 

Binnen niet al te lange tijd zal ik bij gezond en welzijn echt gepensioneerd zijn. Waar heb ik al die tijd gezeten, ben ik al wakker of heb ik mijn tijd verslapen, of hoe zit dat eigenlijk....

Momenteel heb ik de draad weer opgepakt van de online cursus kunstgeschiedenis vrouwelijke impressionisten die ik volg bij Drs. Karin Haanappel. Vanwege omstandigheden is deze verlengd tot eind december en daar ben ik heel blij om, want mijn hoofd stond hier ook een poos niet naar. Maar nu zit ik er weer helemaal in en vind ik het heerlijk om in die geschiedenis te ‘verdwijnen’.

 

Verdwijnen? Ja, want tijdens het bekijken van de video's en het beluisteren via de koptelefoon heb ik echt het gevoel dat ik in een andere wereld vertoef. Dan word ik teruggeworpen naar de vorige eeuw en loop ik in de straten van Parijs, en op andere plekken in delen van Frankrijk waar wij in de afgelopen jaren enkele keren geweest zijn. Dan zie ik de omgeving en het licht door de ogen van de vrouwelijke kunstenaars waarvan ik het bestaan al wist, maar ook van andere vrouwen die nog niet voor het voetlicht zijn gekomen, al dan niet in het gezelschap en/of in de leer van de heden ten dage bekende mannelijke kunstenaars. Wat is het fijn om de werken van die vrouwen onder ogen te krijgen, ze doen absoluut niet onder voor die van de mannen. Ik krijg er een geluksgevoel van, en bewonder tegelijkertijd het doorzettingsvermogen van die vrouwen omdat het voor hen niet zo simpel was hun kunst te maken en te tonen, domweg omdat ze als vrouw andere taken toebedeeld kregen.

 

Gek genoeg word ik hierdoor ook in mijn eigen ‘geschiedenis’ getrokken en lijkt het alsof ik terugkijk op een vluchtige droom. En waarschijnlijk is dat helemaal niet zo gek, maar soms wel bevreemdend. Wat heb ik allemaal gedaan in de voorafgaande tijd van mijn leven. Heb ik mijn dromen verwezenlijkt of heb ik daar toentertijd helemaal niet zo bij stil gestaan. Eigenlijk ben ik ‘gewoon’ in die rol van jong meisje, naar jonge vrouw gestapt en onder invloed van stormachtige hormonen ook jong moeder geworden. Vervolgens kwam mijn leven in een soort van stroomversnelling terecht, teveel om dat hier ter plekke te duiden. Ik besef meer en meer dat ik toen eigenlijk ook nog in dat stramien zat zoals die vrouwen uit de vorige eeuw. Zolang is dat uiteindelijk nog niet geleden. En in deze fase van mijn leven besef ik dat meer en meer. Vooral ook als het gaat om mijn eigen creativiteit, want die behoefte is er nog steeds. Toch voel ik me hierin niet altijd vrij. Ik denk steeds dat ik de tijd mag invullen zoals ik dat wil, maar tegelijkertijd is er ook dat besef van het zorgende dat een vrouw zo ‘eigen’ is.

 

Een mens komt altijd voor keuzes te staan in zijn of haar leven, en pas achteraf kun je een beetje overzien of het de juiste was. Het wordt sowieso een stukje geschiedenis en de rest van de tijd zal het leren.  

 

Ik weet even niet hoe ik het heb, ben een beetje de kluts kwijt. Het is de laatste zondag van het jaar 2019 en op deze dag zie ik een vriendin en haar man na jaren niet ontmoet te hebben weer terug…

 

Het werd een kort terugzien, vanwege het combineren van het bezoek aan een familielid van hen in Brussel in het betreffende weekend. Ze waren daar met hun dochter en kleindochter naar toe gereisd en werden door hen bij ons afgezet, waarna beide dames even gingen rondtoeren in de buurt. Na ongeveer een uur kwamen ze hen weer oppikken, en ondertussen kwam ons gesprek al snel op het punt van onze laatste ontmoeting in Nederland.

 

Terwijl ik ze weer heb uitgezwaaid ben ik verbaasd. Dat dit dus gewoon kan, elkaar zo lang niet zien en toch voelen en herkennen en kunnen ophalen in zo’n korte tijd. Mijn hoofd gaat terug naar allerlei momenten. De momenten die we samen hebben gedeeld en de momenten die we van elkaar wisten maar niet konden delen. Door samenloop van allerlei omstandigheden hebben wij elkaar in de afgelopen jaren niet meer gesproken, maar wel de wens gehad om elkaar nog eens te zien.

 

Nu loop ik deze dag dus rond met een hoofd vol watten, of liever, als een kip zonder kop. Ook met allerlei vragen, heb zelfs nog geen trek in eten. Voor de zekerheid was ik al met een pan soep bezig want wist niet of ze zouden blijven eten. Maar koffie was goed en ik heb er een lekker stukje taart bij kunnen geven, want wist wel dat ze kwamen, maar ook nog onzeker over het verloop van de dag. Voor hen en mijn Vlaamse man was het de eerste kennismaking. En ik zag en voelde wederzijdse sympathie. We kunnen elkaar dus in de toekomst vaker gaan zien, want de afstand is gelukkig goed te doen.

 

Ons contact begon als penvriendinnen toen zij – enkele jaren ouder dan ik - nog in Suriname woonde en ik op de Middelbare school zat in mijn geboorteplaats. Later verhuisde zij samen met haar man – juist getrouwd -  naar Amsterdam begin jaren 70. Zo ontstond onze eerste ontmoeting en inmiddels verwachtten ze hun eerste kind. Er is een korte periode geweest dat ze met hun gezin weer in Paramaribo woonden en daar overleed hun oudste dochter op 16 jarige leeftijd door een noodlottig ongeval. Daarvan hoorde ik later wanneer ze terug gekeerd waren naar Nederland. Dit alles heeft veel indruk op mij gemaakt, want ik heb hun dochter gekend als baby, peuter en kleuter.

 

Al deze zaken en wat daarna nog kwam gaan nu door mijn hoofd. We hebben een paar foto’s genomen, en eigenlijk had ik ze nog iets mee willen geven, maar het schoot er bij in. Hopelijk gaan we elkaar nu weer wat sneller en/of wat langer zien. Maar tegelijkertijd denk ik aan een andere vriendin die ooit tegen mij zei: “Het geeft niet als we elkaar een tijd niet zien, want je zit in mijn hart.” Dat was en is nog steeds wederzijds.

 

En zo heb ik deze ontmoeting nu ook ervaren. 

Nieuwe reacties

28.06 | 10:57

Dank je wel An! En ja, helemaal met je eens wat betreft het zomerseizoen. We blijven voorzichtig. Fijn dat je gereageerd hebt en een hartelijke groet.

...
28.06 | 07:49

met je achterkleinkind
dat kon er niet meer bij op vorige reactie

...
28.06 | 07:49

het voelt toch alsof we een paar maanden verloren zijn, want plots is het zomer zonder dat we er erg in hadden
Voorzichtig blijven is noodzakelijk
gefeliciteerd

...
26.06 | 21:50

Iets opgelegd krijgen is niet fijn, maar ik ben wel blij met duidelijke richtlijnen Wilma, en dat laat wel eens te wensen over vrees ik. Dank voor je reactie!

...